Johan van Grinsven /

MUZIEKFAN journalist auteur uitgever webontwerper

Lisa Bassenge: Canyon Songs

Bijna hypnotiserend klinkt de zang van Lisa Bassenge op haar laatste album Canyon Songs. De luisteraar wordt in een muzikale road movie meegenomen door de canyons van Los Angeles, toevluchtsoord van menig artiest en muzikant, en dan vooral Laurel Canyon. Bassenge nam haar album ook daadwerkelijk in Los Angeles op, in de East West Studios aan de legendarische Sunset Boulevard. Producer was Larry Klein, die onder meer werkte met Joni Mitchell, Herbie Hancock, Madeleine Peyroux en Tracy Chapman. Geen kleine jongen dus. Dat waren de studiomuzikanten ook niet: Pete Kuzma (toetsen), Vinnie Colaiuta (drums), Dan Lutz (basgitaar) en saxofonist Steve Tavaglione. Als gasten speelden de Duitse jazz-trompettist Till Brönner en de Noorse zanger en gitarist Thomas Dybdahl mee. Een kosmopolitisch gezelschap, want Bassenge is in 1974 geboren in Berlijn, kind van een Duits-Iraans echtpaar.
Dat kleurrijke gezelschap heeft de samenwerking ten volle uitgenut. Mooie, afgewogen arrangementen zonder overbodige fratsen, de uiterst relaxte zang van Bassenge - ergens tussen jazz, soul, blues en folk in - en een voorbeeldig repertoire. Bassenge vertolkt op een eigenzinnige wijze klassiekers als Riders On The Storm van The Doors, Her Town Too van James Taylor, For What It’s Worth van Buffalo Springfield, I Just Wasn’t Made For These Times van The Beach Boys, The Same Situation van Joni Mitchell en Blue Skies van Tom Waits. En de uitschieter: Last Chance Texaco van Rickie Lee Jones. Mooier dan het origineel.

Eva Cassidy: Nightbird

image
Goed nieuws voor de fans van de begenadigde Amerikaanse zangeres Eva Cassidy (1963-1996). Bijna twintig jaar na haar optreden in januari 1996 in Blues Alley in het Amerikaanse Georgetown is dat optreden opgepoetst en volledig uitgebracht. Op vinyl (vier stuks), cd (twee) en dvd. En weer is het een pareltje in het postume oeuvre van de zangeres die werkelijk elk genre beheerste, of het nu jazz, pop, folk, soul of gospel was.
Al eerder was een selectie van dat concert verschenen, nu dus alles 31 nummers. Daarvan zijn er twaalf niet eerder uitgebracht, onder meer Son Of A Preacher Man, Route 66, Late In The Evening, Baby I Love You en Caravan. Alles even wondermooi.
Eva Cassidy speelde tijdens dit optreden met Keith Grimes op gitaar, Chris Biondo op bas, Raice McLeod op drums en Lenny Williams op piano.
Al eerder schreef ik op dit blog over de veelzijdige vocaliste. Maar een echte kenner is de Nederlander Johan Bakker, die een zeer geslaagde biografie over de Amerikaanse zangeres schreef. Op een internationale website wordt de herinnering aan haar levend gehouden.


Daniel Romano: If I've Only One Time Asking

Daniel-Romano

Daniel Romano (1985) is een man met veel talenten. Hij is grafisch ontwerper, leerbewerker en zanger, muzikant en producer. De uit Welland in het Canadese Ontario afkomstige Romano maakt vintage country. Prachtige treurige ballades zingt hij met een warme stem waarin het echte countrygevoel zit ingebakken. Het onlangs uitgebrachte If I've Only One Time Asking is zijn vierde volledig eigen studio-album, na Workin’ For The Music Man (2010), Sleep Beneath The Willow (2011) en het prachtige Come Cry With Me uit 2013, waarin hij tussen de regels door ook een vette knipoog naar zijn eigen genre leek te maken. Natuurlijk zingt hij op zijn thuis opgenomen nieuwste album over cold bitter hearts, hardship en meer hartzeer en smart, die hij met levenswijsheden poogt te dempen, wat niet lukt, maar zo hoort het ook. De Canadees Romano hoort in de traditie van Hank Williams, Johnny Cash, de modernere Gram Parsons, maar vooral George Jones, de crooner onder de country-giganten.
Het nummer The One That Got Away (Came Back Today) kent een stijlvreemd einde, waarin Romano ’mosey’ prevelt. Dat is de naam die hij zelf aan zijn muziek geeft, liever dan dat hij over country of Americana spreekt.

Sharon Robinson: Caffeine

Caffeine-web
Nu al kandidaat voor het mooiste album van 2015: Sharon Robinson: Caffeine. Haar tweede solo-album pas, na Everybody Knows uit 2008. Heerlijke lome late-avondmuziek, op het kruispunt van soul en jazz. Mooi, haast delicaat en uiterst beheerst gezongen. Een betere Sade zogezegd. De begeleiding is op de meeste van de tien nummers sober, zonder opsmuk, maar helaas klinkt het soms te ingeblikt. De teksten zijn niet echt doorsnee, hoewel ze veelal over liefde en relaties gaan, wat toch de meest uitgesleten paden in de hele muziekgeschiedenis zijn.
Goed geboortejaar trouwens die Sharon: 1958. Ze stamt uit San Francisco, schrijft liedteksten, produceert platen en zingt. Ze werkte regelmatig als tekstschrijver - en achtergrondzangeres - samen met de bard aller barden Leonard Cohen. Voor wie dat niet genoeg aanprijzing is, ze schreef ook liedjes voor onder anderen Bettye LaVette, Pointer Sisters, Aaron Neville, Diana Ross, Don Henley, Randy Crawford, Patti LaBelle, Roberta Flack en The Temptations. Een vrouw met status dus. En met vele talenten: ze publiceerde ook een fotoboek over de World Tour van Leonard Cohen.
Caffeine. Sharon Robinson. Luister en huiver.

Live: Celine Cairo

Waar ik precies het lovende bericht over Celine Cairo las, weet ik niet meer. Het zou eigenlijk in Jazzism of Heaven moeten zijn, de muziekbladen die ik het meest frequent lees. Celine Cairo werd in dat bericht aangeprezen en ik maakte braaf een notitie in mijn zaktelefoon. Meer bleef niet hangen dan: eens iets beluisteren van deze zangeres. Maar daar bleef het bij, want ik kwam nooit iets van haar tegen, zocht er ook niet echt naar.
En ineens was daar Celine Cairo in levende lijve. Ze verzorgde donderdag 4 juni een muzikaal intermezzo tijdens de rectoraatsoverdracht in Tilburg University, als invalster. Drie nummers zong ze: een Engelstalig en twee in het Nederlands, waaronder het bekende lied ’Iedereen is van de wereld’ van The Scene. Nu hoor ik net zo lief Nederlands- als Armeenstalige muziek, maar naar Celine Cairo zat ik ook tijdens die twee nummers geboeid te luisteren. Haar stem is helder met een heel licht braampje. Maar waar de Amsterdamse haar toehoorders vooral mee inpakt is haar prachtige, expressieve voordracht.
Na afloop vertelde ze dat ze inmiddels twee EP’s heeft gemaakt.
Haar aanhang groeit blijkbaar snel; mogelijk mede dankzij de drie keer dat ze in het televisieprogramma De Wereld Draait Door heeft gezongen. Deze zangeres moet haast wel een grote toekomst tegemoet gaan.

The Soul Motivators: Free To Believe

En weer een meeslepend nieuw retro-soulbandje: The Soul Motivators. Denk aan The Dap-Kings of The Menahan Street Band. Dit keer is het een negenkoppige formatie uit Toronto, Canada, in 2011 gevormd door muzikanten die hun sporen al lang verdiend hadden in hun vak. De blazers excelleren uitbundig op een oerdegelijk, maar niet voorspelbaar fundament. Voeg daar puntig gitaarwerk bij en het resultaat is een stevige, volle dosis funk op Free To Believe, het debuutalbum van The Soul Motivators dat deze maand is verschenen. De nummers zijn deels instrumentaal, deels met vocalen van de nog jonge Lydia Persaud, die door haar inbreng de muziek naar de soulkant trekt. Alles klopt op dit album, dat al aardig in de buurt komt van het beste werk van Sharon Jones en haar Dap-Kings. O ja, volgens de eigen Facebookpagina speelt de groep vintage funk. Het is maar dat u het weet.

Sure Fire Soul Ensemble

sfse
De deep funk revival blijft maar aanhouden. En de bandjes in dat genre komen overal vandaan: van Amerika tot Duitsland tot Australië. The Sure Fire Soul Ensemble is een paar jaar geleden opgericht in het Amerikaanse San Diego, waar ook The Greyboy Allstars vandaan komen. Het is een negenkoppige groep die instrumentale funk vermengt met soul, afrobeat, rare groove en wat jazz. Als hun invloeden geven de bandleden een hele reeks artiesten op: The Meters, Isaac Hayes, El Michels Affair, Mulatu Astatke, Budos Band, The Nite Liters, Menahan Street Band, Fela Kuti en The Poets of Rhythm.
In februari kwam een nieuw album van The Sure Fire Soul Ensemble uit met als titel de groepsnaam. Het bevat twaalf swingende composities waarin alle muzikanten goed aan bod komen. Op het album worden alle invloeden tot een vloeiend geheel samengevoegd, maar gelukkig blijven er ook nog genoeg rauwe randjes over. Cinematografisch funk, zo wordt dit genre tegenwoordig ook wel genoemd. Ofwel: wie het album beluistert, kan zijn eigen film erbij bedenken.

Live: The Ray-Ben Rockers & The Rockettes

image
Als je alle bandjes moet opnoemen waarin de leden van The Ray-Ben Rockers spelen of gespeeld hebben, dan ben je wel een tijdje bezig. Bassist Fred Doppert uit Tilburg bijvoorbeeld speelt momenteel in vier bands: naast Ray-Ben in Time Out, Mobilae en Fred and the Funky Fellas. Veel ervaring in de wereld van de amateurmuziek dus. En dat is wel te horen ook: met de rechttoe-rechtaan rock ’n’ roll van onder anderen Chuck Berry, Jerry Lee Lewis en Elvis Presley heeft The Ray-Ben Rockers geen enkele moeite. Af en toe geven de ervaren muzikanten een nummer een eigen accent, maar het is vooral nostalgisch plezier wat de groep op het podium laat horen. Ongecompliceerd. Dansbaar, zeker voor degenen die de jive beheersen.
Tijdens het Festival Alegria bij uitspanning Bosvreugd in Tilburg trad een hele trits artiesten op en dan is het altijd behelpen met de geluidsinstallatie. Daar had The Ray-Ben Rockers ook last van, maar het leek niemand van de toehoorders te deren. En de bandleden evenmin.
Ook ouderwets: zanger-leadgitarist Ben Poetiray - een doorgewinterde indo-rocker die onder meer in The Tielman Brothers speelde - die zijn gitaar op allerlei manieren bespeelt, behalve zoals het hoort: recht voor de buik. Daar zou Chuck Berry bij leven nog een puntje aan kunnen zuigen.
image

Live: Heritage Blues Orchestra

image
Alleen al een optreden van het fameuze Amerikaanse trio Heritage Blues Orchestra is een eersteklas traktatie in Tilburg. Als dan ook gitarist Jan Akkerman - onder muziekliefhebbers in de hele wereld bekend - aanschuift op het podium, dan is er sprake van een uniek concert. Het had vanavond plaats bij Heyhoef-Backstage, een wijkcentrum nota bene. Maar dan wel een met een prima akoestiek.
Uitverkocht was de zaal, wat nog altijd niet meer mensen zijn dan een bescheiden driehonderd. Die kregen meerdere nummers te horen van het eerste en nog enige album Still I Rise van Heritage Blues Orchestra, dat voor deze toernee is uitgebreid tot een kwintet (met de virtuoze mondharmonicaspeler Vincent Bucher en drummer Baron Harrison). De authentieke roots-blues - gedrenkt in de getormenteerde traditie van de afro-Amerikanen in het zuiden van de VS - werd door de Amerikaanse muzikanten met grote overgave vertolkt. Uitschieters waren C-Line Woman, Get Right Church en zeker de klassieker St. James Infirmary Blues, waarin zangeres Chaney Sims, gezegend met een dijk van een stem, tot grote hoogte steeg. De begeleiding van haar vader op elektrische piano was spaarzaam, maar uiterst effectief en sfeervol. Enkele uptempo stompin’ blues-nummers werden overigens met evenveel elan gespeeld. Eigenlijk werd tijdens het hele concert duidelijk dat Heritage Blues Orchestra een absolute topgroep is en niet voor niets een Grammy Award-nominatie op zak heeft.
Jan Akkerman - die zo bewonderd wordt door Junior Mack van Heritage Blues Orchestra - kon door de inspanningen van de Tilburgse concertorganisator John Maes worden verleid om als speciale gast mee te doen aan het concert bij Heyhoef-Backstage. Dat deed hij met zichtbaar plezier, van zichzelf en Junior Mack. In de meeste nummers was Akkerman dienend, maar hij kreeg ook de ruimte om al solerend zijn grote muzikaliteit en vakmanschap te etaleren. Jammer genoeg was de geluidstechnicus niet steeds alert op die momenten en kreeg het publiek de pareltjes van de Volendammer niet altijd voldoende mee. Maar dat zal de meeste aanwezigen niet tot een andere conclusie brengen dat dat ze een uitzonderlijk optreden hebben bijgewoond.
Met dit concert sloot Heyhoef-Backstage het eerste seizoen af. Op 20 juni volgt nog een buitenoptreden van de Britse bluesband van Ian Siegal, Stax-Cats en de Heyhoef-Backstage Jamsession Band

image

The Dip: The Dip

thedip
The Dip uit Seattle heeft 14 april zijn volwaardige debuutalbum gepresenteerd, met daarop elf compacte nummers. Het album draagt de verrassende titel: The Dip. De negenmansgroep - die funk, soul en pop mengt - bestaat uit Tom Eddy (Vocals, Guitar) Jarred Katz (Drums) Mark Hunter (Bass Guitar) Jacob Lundgren (Guitar) Sam Hylton (Keyboards) Austin Strand (Congas, Percussion) Featuring The Honeynut Horns: Brennan Carter (Trumpet) Levi Gillis (Tenor Saxophone) Evan Smith (Baritone Saxophone). Aldus de Facebookpagina van de groep. Wie er iemand bekends tussen ziet staan, mag het zeggen. De muzikanten kennen elkaar van hun studententijd aan de Universiteit van Washington, naar het schijnt. Op dezelfde Facebookpagina staat dat de leden ’hard hitting’ soul en funk willen spelen voor mensen die wel van een feestje houden. The Dip is een leuk bandje, dat puntige nummers speelt met prettig dwingende ritmes, maar snoeiharde funk en soul kun je deze muziek niet noemen. Daarvoor is het allemaal niet iets te beschaafd.

José James: Yesterday I Had The Blues

1427918587jose-james
Het zal wel vloeken in de jazz-kerk zijn, maar de muziek van de Amerikaanse vocalist José James (1978) was vaak zo saai; zowel zijn eigen platen als het album For All We Know dat hij opnam met de al evenzeer getalenteerde Belgische pianist Jeff Neve. De melange die James heeft gesmeed van jazz, soul, hiphop en nog wat wat andere genres mag dan als uniek gewaardeerd worden en met tal van prijzen bekroond zijn, daarmee raakt hij de luisteraar nog niet in het hart. Zeker, José James heeft een aangename, donkerbruine en vakmatig geschoolde stem, maar waarom daarmee altijd maar weer voortkabbelen. Waarom laat hij het nou nooit eens stormen, zelfs niet op While You Were Sleeping uit 2014, dat als zijn meest rockachtige plaat wordt beschouwd.
Zijn laatste album is een eerbetoon aan zijn ’muzikale moeder’ Billie Holiday, icoon van de buitencategorie in de jazz- en blueswereld. Yesterday I Had The Blues heet die plaat, uitgebracht door het legendarisch Blue Note label. Daarop zingt hij ingetogener dan Holiday klassiekers als Strange Fruit, God Bless The Child, Body And Soul en Good Morning Heartache. De beheersing, technisch en emotioneel, van James werkt nu wonderlijk genoeg wel en geeft de nummers een haast tergende spanning mee. Zou het zijn omdat de gekozen Holiday-liedjes van superieure kwaliteit zijn? Hoe dan ook: eindelijk eens een album van José James om vaker te beluisteren. Ook al kan ik mij voorstellen dat anderen ook deze plaat als sloom bestempelen; James heeft van alle nummers, op What A Little Moonlight Can Do na, een wel heel langzame blues gemaakt.

Live: A Perfect Combination

Als elf Nederlandse muzikanten het rijkgeschakeerde repertoire van het befaamde Steely Dan met zoveel allure vertonen dat ze bijna de originele uitvoeringen in de schaduw stellen, dan is er iets bijzonders aan de hand. En precies dat was het geval, zaterdagavond op het podium van Heyhoef Backstage in de Tilburgse wijk Reeshof.
Elke maand heeft daar een concert plaats met 'muziek voor volwassenen', blues, rock, soul en de betere popmuziek. In die laatste categorie valt ook de muziek van Steely Dan, die zoveel invloeden uit jazz en funk in zich heeft. A Perfect Combination vertolkt de grootse hits en wat minder bekendere albumnummers van Steely Dan met groot respect voor het origineel maar wel in eigen arrangementen. Niet alleen op dat vlak doet de groep haar naam - een perfecte combinatie - eer aan.
Dat is ook van toepassing op de elf muzikanten die zaterdagavond bij Heyhoef Backstage op het podium stonden. Dit zou de top van de Nederlandse muziekwereld moeten zijn. De vier vocalisten, drie blazers, gitarist, drummer, bassist en toetsenman speelden ogenschijnlijk zonder enige inspanning als een volmaakte eenheid samen. Met in nagenoeg elk nummer weer meeslepende solo-accenten.
En dan te bedenken dat dit muziekcollectief - in wisselende samenstellingen - even goed de muziek van Sting, Motown of Quincy Jones speelt. De ongeveer 150 aanwezigen bij Heyhoef Backstage, dat ondanks de functie als wijkcentrum toch een uitmuntende akoestiek heeft, maakten een gedenkwaardige muziekavond mee.
Het volgende optreden bij Heyhoef Backstage is op 9 mei, van Heritage Blues Orchestra, Grammy-winnaar uit Amerika, met als speciale gast gitarist Jan Akkerman.
image

Layla Zoe: Live At Spirit Of 66

image


Een zangeres die soul, blues en rock met elkaar combineert kan niet ontkomen aan de vergelijking met de legendarische Janis Joplin. Altijd weer die Janis Joplin. Beth Hart is een eigentijdse stijlgenoot. Dat genre dus. Rauwe passie, dat is het handelsmerk van de Canadese Layla Zoe. Zeven studio-albums en een live-plaat heeft ze uitgebracht. Dat onlangs uitgebrachte live-dubbelalbum Live At The Spirit Of 66 geeft de rauwe kant van Zoe goed weer. Stevige blues-rock, met enkele ouderwets lang uitgesponnen nummers, waarvan het twintig minuten durende ’It’s A Man’s World’ het hoogtepunt is. De studio-albums laten ook de andere kant van de Canadese vocaliste zien: ingetogen bezieling.
Het talent van de Canadese uit British Columbia werd al snel erkend en ze kon op toernee met onder anderen Jeff Healey (die haar bij leven de hemel inprees, maar hij was er eerder), Susan Tedeschi and Sonny Landreth. Tegenwoordig trekt ze op eigen kracht veel volk, zowel in Canada als Europa. In juli van dit jaar staat ze op Bospop en in oktober is ze aanwezig op een bluesfestival in Rosmalen. Alleen al voor haar is een gang naar een van beide festivals de moeite waard.

Live: Leo Blokhuis

Drie keer ruim een half uur nam Leo Blokhuis, onder meer bekend van het televisieprogramma Top 2000 a GoGo, zijn gehoor zaterdagavond 21 maart in wijkcentrum Heyhoef in de Tilburgse Reeshof mee op een reis langs de historie van muzikale genres folk, blues, rock & roll en soul. Blokhuis wist met slechts een laptop vol muziekfragmenten en een grabbelton aan anekdotes iedereen te boeien.
De verhalen van Blokhuis zijn niet altijd even origineel; echte muziekliefhebbers zullen er al heel wat van kennen. Of het nu over de muziek uit New Orleans gaat, Little Richard, Otis Redding, Bob Dylan of Joni Mitchell. Maar Blokhuis vertelt ze wel alsof ze nieuw zijn, vlot, aanstekelijk en met humor. En ook met een duidelijke passie voor muziek. Met ook nog een duidelijke moraal aan het eind: stel je open voor andere invloeden, daar wordt niet alleen de muziek interessanter van. Eigenlijk is het wel frappant dat een college over muziek zoveel mensen trekt. En eerlijk gezegd: de zaal luisterde geboeider naar Blokhusi dan naar de artiesten die zijn voordrachten omlijstten. In een met ruim tweehonderd mensen uitverkocht Heyhoef Backstage, voor het eerst in het eerste jaar van dit poppodium in de Reeshof, waren dat de Tilburgse muzikanten André van den Bogaart en Casita en haar band. Ook het Amsterdamse blues-duo Arthur Ebeling & Peer Wassenaar trad op.

image

Van Morrison: Duets

image

Lang in zijn loopbaan leek Van Morrison (Belfast, 1945) weinig mis te kunnen doen. Met fameuze platen als Astral Weeks, Moondance, Saint Dominic’s Preview, Veedon Fleece, A Period Of Transition en Into The Music. Maar zo af en toe kroop er toch een mindere plaat tussendoor en de laatste decennia meer dan een. Duets: Re-Working The Catalogue bevat nieuwe opnames van oude nummers met in ieder nummer een andere bekende co-zanger. Dat doet het ergste vrezen, want doorgaans zijn die duetten-albums van grote artiesten amper te verteren.
Toch is die angst ongegrond, het is geen staaltje schmieren geworden en ook heeft Morrison niet een stel populaire sterren uitgenodigd, à la de Lady Gaga’s van deze wereld, om maar een zo breed mogelijk publiek te verleiden. Een mooie staalkaart van zijn eigen indrukwekkende repertoire - zonder hits - is Duets, waaraan onder anderen Bobby Womack, Mavis Staples, P.J. Proby, Gregory Porter, Natalie Cole en Georgie Fame meewerken. Gelouterde artiesten dus die Morrison naadloos aanvullen. Dit album (Studio-album nummer 35 alweer) is dan ook heel wat beter dan de plaat You Win Again die hij in 2000 uitbracht met Linda Gail Lewis.

Candi Staton: Life Happens

lifehappens

Na haar glorieuze terugkeer in 2006 in de seculiere muziek bracht de Amerikaanse zangeres Candi Staton in 2014 haar derde soulalbum uit, met nog een gospelplaat als tussendoortje. Op Life Happens schurkt ze tegen andere genres aan, zoals americana, blues en country. Meer dan op His Hands uit 2006 en Who's Hurting Now uit 2009. Maar Candi Staton (ze is geboren op 13 maart 1940 in Hanceville, Alabama), een van de meest ondergewaardeerde soulzangeressen van haar generatie, maakt er een mooi geheel van, ook al omdat ze een vast thema onderzoekt op de plaat: een relatie van ontluiking tot het bittere einde.
Haar stem lijkt wat brozer en een tikje sleetser dan vroeger, maar dat geeft de vijftien liedjes wat extra dramatiek. Even the Bad Times Are Good, zingt ze zelf. Voor de kenners: voor dit album werkte ze weer samen met Rick Hall van het fameuze Fame Records, die in de jaren zeventig ook diverse hits van Staton produceerde.

Paul Carrack: At The London Palladium

1426434146_paul-carrack-paul-carrack-live-at-the-london-palladium-2015

Geen enkele verrassing biedt het nieuwe album van de Britse zanger en muzikant Paul Carrack. Het is dan ook een live-album (opgenomen in het legendarische London Palladium) dat een dwarsdoorsnede van zijn repertoire laat zien. Gewoon lekker zacht-swingende muziek. De productie van het album is smetteloos, het geluid kraakhelder.
De jonge Carrack is bekend van bandjes als Ace, Squeeze en Mike & The Mechanics waarna hij bouwde aan een achtenswaardige sololoopbaan in vooral het lichte soulgenre. Blue-eyed soul, heet het dan, gewoon omdat een witte man het vertolkt. Inmiddels is Carrack 63, maar sleet is amper hoorbaar.

Live: Rusty Nuts

De Tilburgse southern rockgroep Rusty Nuts en Robert den Hartigh uit Uden in het voorprogramma brachten vanavond in wijkcentrum Heyhoef in de Tilburgse Reeshof in de sfeer van het zuiden van Amerika. Dat gebeurde met veel blues, country en roots (van Den Hartigh) en door gitaren gedomineerde krachtige rock (Rusty Nuts).
Robert den Hartigh is een overtuigende vertolker van countryblues, blues, folk (Woody Guthrie!) en americana. Mooie gruizige stem en geweldig gitaarspel in alle genres die hij beheerst, inclusief liedjes uit de tijd van de Amerikaanse burgeroorlog.
Rusty Nuts is een Tilburgse groep die de toehoorders trakteert op krachtige southern rock, maar zich daarbij niet beperkt tot klassieke bands als The Allman Brothers Band of Lynyrd Skynyrd , maar ook nummers op het repertoire heeft staan van onder anderen John Mayer, Jimi Hendrix, ZZ Top en Wishbone Ash. Uiterst potente rock met in elk nummer furieuze gitaarsoli.
Het optreden van Robert den Hartigh en Rusty Nuts is met zo'n zestig toehoorders het tot nu toe minst drukke concert in de reeks Heyhoef Backstage in wijkcentrum Heyhoef in de Reeshof. Dat neemt niet weg dat het een van de aardigste muziekinitiatieven van Tilburg is: een diverse programmering, goede akoestiek, schappelijke entree- en consumptieprijzen en vriendelijke vrijwilligers die de boel runnen. De volgende aflevering van Heyhoef Backstage is op 21 maart. Dan verzorgt Leo Blokhuis een muzikaal college. Hij wordt daarbij ondersteund door enkele Tilburgse artiesten: Casita, Jacques Mees en Andre van den Bogaart.

image

Jeff Cascaro

theotherman

Hoe groot is de kans dat je flabbergasted bent van een soul- en jazzzanger uit Duitsland. Niet groot toch? Met een uitzondering: Jeff Cascaro. Klinkt niet erg germaans, is toch een Duitser. In 1968 geboren in Bochum. Op achttienjarige leeftijd een jazz-concours gewonnen en sindsdien in de muziek actief, als zanger en trompettist. Hij speelde onder meer bij groepen als Fantastischen Vier, Guano Apes, H-Blockx en Passport van Klaus Doldinger. Verder werkte hij onder meer met Till Brönner, Ute Lemper, Howard Johnson, Georgie Fame, Herb Geller en Horst Jankowski, zo meldt Wikipedia. En ook dat hij sinds 2000 professor jazzzang is aan de Hochschule für Musik Frans Liszt Weimar. Ik ken twee van zijn platen: Soul of a Singer uit 2006 en The Other Man uit 2012. Mooie vocalen, geen spoortje van welk Duits accent dan ook in de (uiteraard Engelstalige) liedjes. En met zijn versie van Let’s Stay Together op The Other Man steekt hij soullegende Al Green zomaar naar de kroon. Kippenvel!

Diana Krall: Wallflower

wallflower

De Canadese Diana Krall heeft zo haar eigen manier van interpreteren van de klassiekers uit de jazzhistorie. Een wat trage, al dan niet gemaakt-verleidelijke stijl, passend bij haar stem. En voorzien van prettig in het gehoor liggende, zeer verzorgde arrangementen. De vocaliste en pianiste heeft met deze smooth jazz een grote reputatie opgebouwd. Voor haar laatste, zeer recent uitgebrachte album Wallflower vertolkt ze nummers uit de pop- en soft-rockmuziek, zoals California Dreamin’ van The Mama’s & The Papa’s, Desperado en I Can’t Tell You Why van The Eagles, Wallflower van Bob Dylan, If I Take You Home Tonight van Paul McCartney, Alone Again van Gilbert O’Sullivan, Operator van Jim Croce en Don’t Dream It’s Over van Neil Finn. Elk lied wordt met een ballad-achtig jazz-sausje geserveerd. Op de Deluxe Edition komen er enkele live-uitvoeringen bij, zoals van Sorry Seems To Be the Hardest Word van Elton John.
In enkele gevallen pakt de benadering van Krall heel mooi uit, zoals in California Dreamin’ dat een heel nieuw nummer lijkt geworden. In andere liedjes is het verschil met het origineel minder groot en het nummer dus minder spannend. Dan wordt zo’n uitvoering ook ineens erg braafjes. Het komt er vooral op die momenten voor de luisteraar op aan of hij of zij de stem van Krall en haar zangstijl waardeert.
Met dit album, waarop Diana Krall hulp krijgt van onder anderen Michael Bublé, Bryan Adams en Georgie Fame (luxe versie), in de cd-speler of op de iPod kan niemand zich op een luie zondagochtend of laat op welke avond dan ook een buil vallen. In welk gezelschap hij of zij zich ook bevindt.

Philadelphia International Records

image

Van de Amerikaanse platenmaatschappijen Motown en Stax verschenen langer geleden al omvangrijke cd-boxen, van Philadelphia International Records gebeurde dat in 2012. Simpelweg Philadelphia International Records: The 40th Anniversary Box Set geheten. Tien albums met een heel divers aanbod aan artiesten, maar ze vallen allemaal onder de noemer Philly Sound. Het is het tweede muzikale overzicht na de verzamelaar Love Train: The Sound of Philadelphia.
Wat een feestelijk overzicht van dansbare en deels zijdezachte soul uit Philadelphia. Met onder meer: The Love I Lost en Don’t Leave Me This Way (Harold Melvin & The Blue Notes), When Will I See You Again en Dirty Ol’ Man (The Three Degrees), Do It Anyway You Wanna (People’s Choice), Me & Mrs Jones (Billy Paul), Now That We Found Love (O’Jays), Lady Love (Lou Rawls), I Don’t Love You Anymore (Teddy Pendergrass), Ain’t No Stoppin’ Us Now (McFadden & Whitehead), Hurry Up This Way Again (The Stylistics), If Only I Knew (Patti LaBelle) en First Time Together (Phyllis Hyman).

Sly Stone van bedelstaf gered

Toch bizar dat er twee Haagse broers voor nodig zijn om de Amerikaanse funkgrootheid Sly Stone van de bedelstaf te redden. De Volkskrant heeft er vandaag een groot artikel aan gewijd. Aanbevolen leesvoer.
image

Redtenbacher's Funkestra: Dr. Hypenstein

cover

Dat funk ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw een stille dood is gestorven, is een fabeltje, laat Stefan Redtenbacher op de website van zijn Redtenbacher’s Funkestra optekenen. Hij heeft inmiddels acht albums, Dr. Hypenstein is zijn laatste. Redtenbacher heeft natuurlijk gelijk: funk bloeit als bijna nooit tevoren. Talloze groepen uit alle delen van de wereld hebben het genre afgestoft en vermengd met vooral jazz. Onder hen de aan het Weense conservatorium en aan het Berklee College of Music in Boston opgeleide Stefan Redtenbacher, die sinds 1996 in Groot-Brittannië woont en werkt. Hij heeft er een enorme staat van dienst opgebouwd. Hij heeft opgetreden of muziek opgenomen met onder anderen Sam Brown, Steve Winwood, Kiki Dee, Jack Bruce, Amy Winehouse, Mica Paris, Herb Alpert, Fred Wesley, Pee Wee Ellis, Adam Ant en Ollie Murs. Redtenbacher is op vele fronten in de muziekindustrie actief, als uitvoerend artiest (bassist), docent, componist, arrangeur, bandleider en platenbaas.
Dr. Hypenstein telt dertien korte en krachtige instrumentale nummers, geen enkel is langer dan 3.35 minuten. Dertien keer een hecht fundament van de ritmesectie waarop andere muzikanten gedoseerd mogen soleren. Veel kopergeschetter, zoals het hoort.

Benjamin Clementine: At Least For Now

at least for now

Het eerste volwaardige album van de Britse zanger en pianist Benjamin Clementine doet meteen aan Nina Simone denken. De theatrale voordracht, frasering, dictie en klankkleur. Niet verwonderlijk, Nina Simone is een van zijn vele inspiratiebronnen, naast onder anderen Erik Satie, Jimi Hendrix, Leonard Cohen en Léo Ferré naar het schijnt. Clementine is op zijn minst bijzonder. Theatraal. Expressief. Tegendraads. Hij put uit allerlei muziekstijlen en schuwt bijzondere arrangementen en tempi niet. Hij roept bij mij de sfeer op van een vestzaktheater in het Parijs of Berlijn van de jaren twintig of dertig waar eigenzinnige muzikale talenten hun kunsten vertonen. Life is a cabaret.
’Je moet ervan houden’, geldt voor elke muziek en artiest. Maar voor de een meer dan de ander. Op Benjamin Clementine is het sterk van toepassing.

Justin Hulsey: Morning Bloom

morningbloom

Het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Justin Hulsey komt in april uit. Degenen die hem via Pledge Music gesponsord hebben bij het maken van Morning Bloom hebben als tegenprestatie de digitale versie ervan al gekregen.
Twee intieme optredens van de in Denver woonachtige Hulsey heb ik bijgewoond, eentje in Tilburg en het andere in Diessen. Twee kale optredens: man met gitaar, niet meer; het ging om zijn liedjes, zang en gitaarspel. Het waren twee overtuigende optredens omdat Hulsey liedjes met inhoud schrijft en die met overgave vertolkt. Zijn nieuwste album overtuigt veel minder. Te veel opsmuk die afleidt van de sterkste troef van de Amerikaan: zijn haast literaire (en tamelijk mistroostige) teksten. De nummers klinken te vaak kunstmatig, mede omdat de ritmesectie uit een computer lijkt te komen, en zijn ook nog eens bombastisch gearrangeerd. De zangpartijen lijken in een badkamer ingezongen te zijn, zo hol en tegelijkertijd dof klinken ze. De teksten zijn soms amper te volgen, zo scheef is de verhouding tussen begeleiding en vocalen. En dat is, zeker voor een singer-songwriter, een teleurstellende keuze.

Bettye LaVette: Worthy

worthy

Neem elf liedjes van gerenommeerde tekstschrijvers , geef ze aan de Amerikaanse soulzangeres Bettye LaVette (bouwjaar 1946) en zij maakt er een bijzonder album van. Dankzij haar wat gruizige stem en meeslepende stijl, die soms verleidt, soms klaagt en kermt, maar ook kan geselen.
Dat LaVette in de vijftig jaar die haar loopbaan omspant toch langdurig onder de radar van het grote publiek kon blijven is in retrospectief onbegrijpelijk. Inmiddels is zij terug in het spotlicht - op het inauguratiefeestje van president Barack Obama mogen zingen (in 2009) heeft haar faam geen kwaad gedaan -, heeft ze volop werk en maakt ze weer regelmatig nieuwe albums. Met Worthy als nieuwste.
Daarop vertolkt ze elf nummers, van onder anderen Bob Dylan, Mickey Newburry, Mick Jagger/Keith Richards, John Lennon/Paul McCartney en Beth Nielsen Chapman/Mary Gauthier. Grote kwaliteit over de hele linie; het nummer Undamned van Linford Detweiler is zelfs een juweeltje. Volgens The New York Times behoort ze inmiddels met Aretha Franklin tot de meest vitale soulzangeressen van haar generatie. Maar dan wel een met een soms bizarre levensloop - zwanger op 14-jarige leeftijd, gescheiden op haar vijftiende - die ze uitgebreid beschreven heeft in haar autobiografie A Woman Like Me uit 2012.

Frazey Ford: Indian Ocean

Frazey Ford

Misschien zullen sommigen Frazey Ford nog kennen van het Canadese trio The Be Good Tanyas - samen met Samantha Parton en Trish Klein - maar die beiden liet ze een paar jaar geleden achter zich voor een sololoopbaan in de muziek. Haar eerste album Obadiah bracht ze in 2010 uit en nu is er de opvolger Indian Ocean. Die krijgt her en der uiterst positieve recensies, zo is op internet en in papieren publicaties (zoals de Volkskrant) te lezen. Anders dan het folk-bluegrass-genre van The Be Good Tanyas heeft ze op haar nieuwe album gekozen voor bijna soulvolle arrangementen, hoe sober ze soms ook zijn. De combinatie met haar wat ijle stem is even wennen, maar na een paar keer beluisteren wordt de plaat steeds intrigerender. Een mooie plaat dus, maar met een heel groot nadeel: de teksten van Ford zijn bar slecht te verstaan; ze slikt halve woorden en zinnen in. Ik heb er de songteksten bij moeten zoeken om de liedjes te kunnen volgen. Dat lukte zonder amper; ook niet nadat ik de volumeknop fiks naar rechts draaide of een hoofdtelefoon opzette. En dan is het toch alsof je een exquise gerecht op een vieze, oude krant krijgt geserveerd. Weg betovering.
In maart is Ford voor enkele optredens in Nederland.

Irma Thomas: Full Time Woman

irmathomasftw

Meer dan veertig jaar nadat de nummers opgenomen zijn - en vervolgens op twee na nooit uitgebracht - voor Atlantic’s dochtermaatschappij Cotillion zijn vijftien liedjes van soullegende Irma Thomas alsnog samen op een album verschenen. Met de toepasselijke titel Full Time Woman - The Lost Cotillion Album. Alleen Full Time Woman en She’s Taken My Part verschenen in 1971 samen op een single, die weinig succes had.
Dat was een tegenvaller voor Irma Thomas en Atlantic. De getalenteerde zangeres uit New Orleans was namelijk landelijk al doorgebroken. Via diverse platenmaatschappijen was ze in 1971 uiteindelijk bij Atlantic terecht gekomen, waar de befaamde Jerry Wrexler een van de grote mannen was. Tijdens de eerste opnamesessie in 1971 werd onder meer Full Time Woman opgenomen. In de loop van 1972 zouden in Detroit, Miami en Philadelphia nog andere opnamebeurten volgen, ondanks het geringe succes van de single. Dat materiaal werd echter nooit uitgebracht. Tot afgelopen jaar.
Thomas zingt op Full Time Woman nummers van diverse liedjesschrijvers en andere artiesten, afkomstig uit zowel de soul- als de countryhoek. Die verschillende opnamesessies in meerdere steden en de variëteit aan nummers en genres maken deze plaat weliswaar iets minder samenhangend dan veel van haar andere werk, maar het album is nog altijd een klasse-productie. En dus niet slechts een mooie historische aanvulling op haar indrukwekkende oeuvre.
Dat deze uitgave tot stand is gekomen, is vooral te danken aan David Nathan, al decennia geschiedschrijver van de soulmuziek, die de tapes opspoorde.

Mountain Mocha Kilimanjaro: Ichi Ni San Shi Go Roku

Mountain-Mocha-Kilimanjaro-2014-300x300

Wie meent dat funk een exclusief Amerikaans muziekgenre is, die heeft het gruwelijk mis. In de loop van de jaren heb ik funk uit allerlei landen gehoord, zelfs uit Polen, Duitsland en Turkije. En inderdaad, ook uit Nederland. Maar een van de leukste funkbandjes van de laatste jaren komt toch echt uit Japan. Daar wordt funk, soul en jazz gekoesterd zoals het in de bakermat van die genres nog nooit gekoesterd is. Oude soulartiesten die in eigen land amper een boterham kunnen verdienen, kunnen (of konden) daar zomaar in een stadion met 45.000 toehoorders optreden. Maar dat terzijde. Japanse funk. Van Mountain Mocha Kilimanjaro. Het vierde eigen album verscheen vorig jaar: Ichi Ni San Shi Go Roku. Google vertalen maakt me niks wijzer over de betekenis van die titel, maar dat deert niet.
Net als op de andere albums gaat de Japanse zesmansformatie weer flink los. Harde instrumentale funk, met op een uiterst solide basis veel ruimte voor meeslepende improvisaties. Funk gemengd met een flinke dosis jazz en een snufje rock. Blijf maar eens koel bij het beluisteren van dit album…

The Ginger & Sarah Band: Vera Takes The Cake

veratakesthecake

The Ginger & Sarah Band is opgericht in 1998 in Austin in de Amerikaanse staat Texas. Sindsdien zijn er er al weer twee reünie-toernees geweest van deze groep rond Ginger Leigh en Sarah Dashew. Ik weet niet precies hoeveel albums de beide dames - allebei ervaren artiesten en gezegend met een dijk van een stem - samen hebben gemaakt, wel dat Vera Takes The Cake hun tweede cd is. Dat album stamt uit 2000. Een overweldigende melange van verschillende muziekstijlen, soul, jazz, pop, rock, americana; een mix die nergens ontspoort of gezocht aandoet. En dan ook nog eens meeslepend gezongen, volwassen teksten met diepgang en uiterst zorgvuldig gearrangeerde nummers. Wie dit album bemachtigt zal constateren: onbekend maar niet onbemind!