Johan van Grinsven /

MUZIEKFAN journalist auteur uitgever webontwerper

Jeff Daniels: Days Like These

jddayslikethese

Jeff Daniels (bouwjaar 1955) is een Amerikaanse acteur die in vele tientallen films (van Speed tot het afgrijselijke Dumb and Dumber) en heel wat televisieseries heeft gespeeld. Minder bekend is dat hij al zo’n driehonderd optredens als singer-songwriter achter de rug heeft in de afgelopen twaalf jaar en zo’n vierhonderd liedjes heeft geschreven. Zijn nieuwste album heet Days Like These. Daarop staan tien verhalende nummers; de meeste hebben rustige en sobere arrangementen zodat weinig afleidt van de teksten. Met de stem van Daniels is ook al weinig mis; hij heeft alleen in enkele nummers de neiging wat te veel te ’acteren’ en dan klinkt zijn zang als een maniertje en het nummer gemaakt. Daniels zingt, speelt gitaar en banjo op dit album. In één liedje - Back When You Were Into Me’ - neemt Amanda Merte al het vocale werk voor haar rekening en zwijgt Daniels. Uitgebracht door Boomadeeboom Records.

Juju & Peanuts

image
Met deze albumhoes heb ik wel iets, helaas is de muziek het beluisteren niet echt waard. Al te clichématige vocale jazz. Wil je nu echt de honderdmiljoenste zangeres zijn die Summertime op een album zet?

Soul Deep

image
Zeg nu zelf, wie dit cd-hoesje ziet, verwacht niet meteen een muzikaal meesterwerk. Baardmans in Hawaii-shirt speelt saxofoon samen met een toetsendame in een bonte jurk. En dan de naam van het duo, in een lullig lettertje zomaar ergens op dat hoesje gezet. Goedkope huisnijverheid? Loungemuziek voor hoelabars? Het blijkt een klinkende verzameling van blues- en soulnummers, eerder dit jaar uitgebracht onder de verrassende titel Soul Deep.
Achter die naam gaan de Amerikanen Chris Whynaught en Sue Bredice schuil, beiden muzikale veteranen. Whynaught - al actief in de muziek vanaf zijn zeventiende, in allerlei bandjes - heeft een doorleefde bariton. Zijn inspiratiebronnen zijn onder anderen Bobby Blue Bland, Jimmy Witherspoon (met wie hij ooit tourde) en B.B. King. Sue Bredice is even ervaren, treedt al jaren op met een groepje genaamd The Girls en zong samen met onder anderen Kenny Loggins. Hun gecombineerde talenten kleuren nagenoeg elk van de tien nummers op dit album mooi in. Zeer de moeite waard om dit album te bemachtigen, al zal dat niet meevallen, al was het maar vanwege het hoogtepunt: een prachtige uitvoering van Ain’t Nothing Like The Real Thing, het beroemde duet van Marvin Gaye en Tammi Terrell.
Op het internet is een lang interview te vinden op KX 93.5 uit Laguna Beach waarin Chris Whynaught vertelt over zijn leven en muziek.

Live: Def Americans

image
Dat het repertoire van de fameuze Amerikaanse zanger Johnny Cash uitermate divers is, bewees de Nederlandse tributeband Def Americans zaterdagavond in wijkcentrum Heyhoef in de Reeshof in Tilburg. Van pittige polonaise tot bluesachtige ballad, het kwam allemaal voorbij en zorgde voor een feeststemming tijdens de tweede editie van het eerste seizoen van Heyhoef Backstage.
Def Americans speelt op een aanstekelijke wijze alleen nummers van Cash en alles klopt daarbij: de strakke begeleiding die ondanks de herhaalde patronen niet verveelt, de donkerbruine vocalen van kopman Elco Weitering, de tweede stem van Kim Wolterink (June Carter) en de begeleidende videobeelden en foto's uit leven en loopbaan van Johnny Cash die achter de groep geprojecteerd worden. Hoe die verweven worden met de nummers is alleen al fraai om te zien. Def Americans heeft dan ook niet alleen een geluidsman bij zich, maar ook twee mannen voor de beeldeffecten.
Wederom waren zo'n 250 mensen - een uiterst gemêleerd publiek - naar Heyhoef Backstage gekomen.

Op de rol van deze concertenreeks in de Reeshof staan dit seizoen nog: Wille and the Bandits (22 november), Lightnin' Guy (6 december), Mojo Man (24 januari), Rusty Nuts (28 februari), Leo Blokhuis (28 maart), A Perfect Combination's tribute to Steely Dan (18 maart) en Heritage Blues Orchestra met Jan Akkerman als speciale gast (9 mei).

Live: King of the World

image
Bluesband King of the World moet een van de beste live-groepen van Nederland zijn. Het bewijs voor die stelling leverde de in 2012 opgerichte viermansformatie gisteravond in de Tilburgse Reeshof, tijdens het optreden op podium Heyhoef-Backstage. King of the World zoekt de grenzen van het bluesgenre op, excelleert zowel in langzame bluesnummers, als stevig rockende grote-stadsblues en zompige blues met soulinvloeden, maar gooit er even gemakkelijk ritmes uit de smeltkroes New Orleans tegenaan. Veel eigen nummers speelde het kwartet Erwin Java (gitaar), Fokke de Jong (drums, zang), Govert van der Kolm (toetsen, zang) en Ruud Weber (bas, zang). Hecht, solide, mooie soli, meeslepende ritmes en sterke improvisaties, hoewel toetsenist Govert van der Kolm wel erg snel en vaak overgaat op het betere beukwerk op zijn Hammond.
De pech van de toehoorders was dat voor de pauze de geluidsmix niet goed was: de gitaar van de gelouterde muzikant Java werd te zeer overstemd door de andere instrumenten. Na de pauze revancheerde de geluidstechnicus zich.
Maar de band had de tweede helft ook uitgekozen voor het spelen van de sterkste nummers, waaronder een ijzingwekkend mooi eerbetoon aan de enkele jaren geleden overleden bluesveteraan Harry Muskee, met wie Java zo’n kwart eeuw samenspeelde. Hoewel elk lid van King of the World een vracht aan ervaring heeft, is het toch Java die de show steelt met zijn soli en improvisaties. En de fysieke manier waarop hij gitaar speelt op het podium. Mooi om te horen én te zien.
King of the World verzorgde het eerste concert van de reeks die Heyhoef-Backstage - met vrijwilligers - hoopt neer te zetten. De try-out in de lente met een Pink Floyd tributeband was in ieder geval veelbelovend; gisteren waren ruim tweehonderd toehoorders aanwezig. Op 18 oktober komt Def Americans naar de Reeshof, om de muziek van Johnny Cash te vertolken.

Iris Trevisan: I Life By The Drop


Vooral de blues, maar ook soul, gospel en jazz vormen het speelterrein van Iris Trevisan. Ze heeft eerder dit jaar het album I Life By The Drop uitgebracht. Dat bevat blues- en gospelnummers als Precious Lord en Fold Your Hands, maar ook de blues-klassiekers Sweet Home Chicago en Cross Road Blues, allebei van de legendarische Robert Johnson. Trevisan is een geschoolde zangeres - ze werkt ook als zangpedagoge - en dat is te horen. Haar stem past goed in de hoek van de zwarte muziek, hoewel ze net dat rauwe randje mist van de betere vocalisten uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Maar dat is niet verwonderlijk: Trevisan is namelijk Duitse. Sinds 1984 actief in de muziek, in funk- en soulbands, zingend bij big bands, met haar eigen groep en als duo, met gitarist Stefan Frank.
Wie Iris Trevisan een keer live wil horen, zou tweede kerstdag terecht kunnen in de Christuskerk in het Duitse Heidenheim. Vanaf 19.00 uur: Iris Trevisan & Band Goes X-Mas. Dat moet een bijzondere ervaring zijn.

Tierney Sutton: Paris Sessions

parissessions
Hoe kaal kan een plaat zijn? Heel kaal, zo bewijst de Amerikaanse jazz-vocaliste Tierney Sutton met haar elfde album Paris Sessions. Dat album nam ze in slechts twee dagen op in Parijs, met gitarist Serge Merlaud en bassist/gitarist Kevin Axt. Het drietal kleedt nummers als Body and Soul, You Must Believe In Spring, You’re Nearer en All To Soon uit tot de essentie. In de intimiteit van de sobere begeleiding maakt de stem van de begenadigde jazz-vocaliste uit Los Angeles nog meer indruk dan op haar andere platen. In een recensie van dit album las ik het begrip kaarslicht-muziek, maar dat is een schromelijke onderschatting van de schoonheid van de twaalf nummers op deze plaat. Ook na vele malen luisteren verveelt Paris Sessions niet.

Justin Hulsey

Het is een prettige manier voor een onbekende artiest om een nieuw album te maken: via crowdfunding (is daar al een goed Nederlands begrip voor?). De sympathieke singer-songwriter Justin Hulsey uit Denver - afgelopen jaar twee keer op toernee geweest in Nederland - probeert zo zijn nieuwe album te maken. Hij heeft bijna zijn streefbedrag binnen. Wat ik zo aardig vind van deze artiest: hij vertelt in elk liedje een goed verhaal. Liedjes als literaire miniaturen.
Wie voor 7,97 euro zijn nieuwe cd (digitaal) wil hebben, kan deze hier bestellen. Maar er zijn ook andere investeeropties, van Hulsey en vele anderen via PledgeMusic.

Ben l'Oncle Soul: À Coup de Rêves

acoupdereves
Franse soul, kan dat? Jazeker, wel als je Ben l’Oncle Soul heet (of je zo noemt). Benjamin Duterde (1984) maakt vrolijkstemmende retrosoul. Zijn album Ben l’Oncle Soul (uitgebracht door de Franse tak van Motown!) uit 2010 werd terecht ook buiten Frankrijk opgepikt, vooral dankzij het nummer Seven Nation Army van The White Stripes. Na de cd Live uit 2011 is À Coup de Rêves de echte opvolger van dat album uit 2010. Met Walk The Line als ontroerende opener en So Hard To Find als even mooie slijper. Verder weer een prettige verzameling Frans- en Engelstalige liedjes; dit keer minder vrolijkheid en een schep meer emotie dan op zijn volwaardige debuutalbum. En nee: die Franstalige soulnummers klinken helemaal niet raar.
De Fransman heeft overigens een zelfde carrièrestart gemaakt als veel Amerikaanse soulzangers: in een gospelkoor. In zijn geval het Fitiavana Gospel Choir uit Tours. Zo is soulmuziek toch universeler als sommigen denken. En hoe Benjamin eigenlijk aan die gekke naam komt? Gewoon via een pak rijst: Uncle Ben. Maar om juridisch gedoe te voorkomen aangepast tot Ben l’Oncle Soul.

Bluesiana Hot Sauce

bluesianahotsauce
Dat het album Bluesiana Hot Sauce begint met het swingende My Last Meal moet wel ironie zijn. Het album werd per slot van rekening opgenomen - en in 1993 uitgebracht - als inzamelactie voor daklozen in New Orleans. Het is een vervolg op een soortgelijk initiatief uit 1989. Aan het tweede album deed een fiks aantal gelouterde artiesten mee (Allen Toussaint, Toots Thielemans, Michael Brecker, Will Calhoun, Ray Anderson, Paul Griffin, Eddie Gomez, Joe Bandio, Phil Hamilton en Chuck St. Troy) en dat is te horen. De kwaliteit is over de hele linie hoog en toch zijn er enkele uitschieters, zoals het ontroerende Blue Monk met Toots Thielemans op zijn blues-best, het klagelijke Busted, het sentimentele At Last en I Walk On Guilded Splinters waarin Michael Brecker excelleert op zijn tenorsax. Het album is een heerlijke mix van diverse muzikale genres, maar New Orleans is dan ook dé smeltkroes van Amerika.

Mamas Gun: Cheap Hotel

cheaphotel
Volgens het Britse muziekblad Uncut maakt Mamas Gun blue-eyed bubblegum soul en dat klinkt niet erg veelbelovend. En toch was de vijfmansformatie uit Londen, die sinds 2007 bestaat, op toernee met onder anderen Ben l’Oncle Soul (leuke Franse retro-soul), Beverly Knight en de oudgedienden van Level 42. Op dit moment toert de groep met Lisa Stansfield (ooit erg beroemd) door Engeland. Met hun eerdere albums Routes To Riches (2009) and The Life And Soul (2011) hadden ze redelijk wat succes, met name in Azië. Mamas Gun maakt muziek op het snijvlak van pop en blanke soul, met een dosis ELO.
Wie vermoedt dat de band genoemd is naar het album Mamas Gun van Erykah Badu, die heeft gelijk. Maar de rauwe kantjes die aan de muziek van Badu kleven, mist Mamas Gun.

Otis Clay: Walk A Mile In My Shoes

walkmileinshoes
Otis Clay is een intense soulzanger die weliswaar nooit de status van zijn voornaamgenoot Otis Redding heeft bereikt, maar toch tot de groten van dit muziekgenre behoort. Daarnaast zingt hij al sinds het begin van zijn muzikale loopbaan gospels en heeft hij in de blueswereld ook een degelijke reputatie. Niet voor niets kreeg hij in 2013 een plaatsje in de Blues Hall Of Fame.
In 1983 trad hij voor een uitzinnig publiek van zo’n 45.000 mensen in Japan op - er is een album van gemaakt - en amper een jaar later zag ik hem zijn hart uit zijn lijf zingen op een geïmproviseerd podium in het cultureel centrum van Turnhout, voor enkele tientallen toehoorders. Zijn overgave was er niet minder om. Ik herinner me ook nog Clay’s iets te korte broekspijpen van zijn jaren zeventig-soulpantalon; alsof hij geen geld had voor een nieuw podiumkostuum...
Walk a Mile in My Shoes is een gospelalbum van Clay uit 2007, dat nu opnieuw is uitgebracht. Een zuivere gospelplaat is het niet; het album bevat ook seculiere nummers, zoals het breed uitgesponnen Love’s In Need Of Love Today van Stevie Wonder. De andere Otis (bouwjaar 1942) is op dit album goed bij stem en wordt begeleid door veel kopergeschetter, zoals in de beste soultraditie. Clay zingt een live-duet met Stax-ster Carla Thomas en heeft een medley opgenomen met Soul Stirrers (bekend van Sam Cooke) Leroy en Arrthur Crume. Maar ondanks die brug naar de seculiere muziek, zullen niet-gelovigen nummers als I Adore You Lord, Love Of God en On Jesus Program puur vanwege de teksten een behoorlijke drempel vinden, ook al worden ze met grote begeestering vertolkt.

Eldorado voor oude soulfans

Wie denkt een beetje thuis te zijn in soul en funk uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, zal op de website Funk My Soul aardig op de neus kijken. Een team rond de Griek Nikos brengt daar bekende en vooral veel onbekende pareltjes uit die zwarte muziekgenres in de openbaarheid. Albums van onder anderen Don Bryant, Lamont Dozier, Bloodstone, Magnum, Bobby Powell en The Notations. Elke bijdrage bevat uitgebreide informatie over het betreffende album en de uitvoerende artiest. Met links naar andere bronnen.

Mingo Fishtrap: On Time

ontime
Acht muzikanten vormen samen de soulband Mingo Fishtrap, die als basis het Amerikaanse Austin, Texas heeft. Het nieuwe album van de groep rond Roger Blevins jr heet OnTime, nummer vier in een reeks die in 1997 met Succotash begon. Lekker puntige hedendaagse soulmuziek, met schetterend koper in nummers als Movin’ en het aanstekelijke Sugadoo (waarin deze regels vaak herhaald worden: Sugadoo, what you gonna do? Have yourself a slice of my pie, too). En in elk nummer is er de gruizige stem van Blevins.
Mingo Fishtrap komt uit Texas maar mixt naadloos de verschillende stijlen van soul en funk uit zowel Memphis als New Orleans , zoals het hele album een mooi geheel vormt. Misschien op het nummer Too Far Gone na, dat ontspoort wat in al te veel pretenties. In Nederland is de groep niet erg bekend, in de VS stond ze al op het podium met onder anderen Trombone Shorty, Sting, Parliament, Little Feat, Earth Wind & Fire en Robert Randolph.
Achter de bandnaam Mingo Fishtrap zit overigens geen grote gedachte; gewoon de naam van een kruispunt in de buurt van Denton, Texas.

Weekend Sun: Forever Tomorrow

forevertomorrow
Jazzyhiphopchilledfunkygroovysometimesdancytypestuff. Dat is het genre dat Weekend Sun aan de eigen muziek hangt. Waarom iets tegenspreken wat waar is. Het debuutalbum Forever Tomorrow biedt een bijzonder ritmisch mengsel van jazz, funk en lounge. En inderdaad: soms dansbaar, maar meestal om bij weg te dromen. Weekend Sun is een band uit het noordoosten van Groot-Brittannië die volgens hun Facebookpagina bestaat uit de volgende muzikanten: Chris Tarn, Phil Smith, Alan Law, Lindsay Hannon, Darren Moore, Chris Davidson, Beth Miller, Esther Taylor, Steve Blakeburn, Gavin Lee & Paul Gowland. Geen grote namen, maar de muziek klinkt niet alsof die wordt gemaakt door beginners. Ik ben op internet de gekste genre-aanduidingen tegengekomen voor de muziek van Weekend Sun: Nu-Funk, Future Funk en Folk Soul. Het kan ook gewoner: swingende muziek, fijne zang, sprankelende arrangementen.

Cookin' On 3 Burners: Blind Bet

blindbet
Cookin’ On 3 Burners are Australia’s hardest hitting Hammond Organ Trio – joining the dots between Deep Funk, Raw Soul, Organ Jazz & Boogaloo. Van die promotiefrase van het Australische Cookin’ On 3 Burners (dat sinds 2002 bestaat) is geen woord gelogen. Het nieuwste album Blind Bet - het zesde studioalbum - is wederom een verzameling van aanstekelijk nummers waarin leentjebuur wordt gespeeld bij diverse genres. Gastvocalisten zijn dit keer Tex Perkins, Daniel Merriweather, Kylie Auldist (die het beste past bij het trio), Harry James Angus en Jason Heerah. Verwacht van Cookin’ On 3 Burners geen retro soul-funk-jazz, dit is muziek van nu. Met in deze meeste nummers een meeslepende groove (niet alleen dankzij het hammond orgel van toetsenist Jake Mason) in verschillende graden van wildheid. Slechts een enkel nummer, bijvoorbeeld Last Man Standing, is wat bleekjes. De andere twee mannen van het trio zijn overigens Ivan Khatchoyan (drums) en Dan West (gitaar).

Live: Justin Hulsey (2)

Terwijl de overbuurman deze middag zijn tuin schoffelt, treedt de Amerikaanse singer-songwriter Justin Hulsey op in een huiskamer aan de Wellenstraat in Diessen. De muzikant verzorgt in de huiskamer van Susan van de Wal een solo-concert voor 28 toehoorders.
De uit Denver afkomstige zanger-gitarist Justin Hulsey (33) was acht maanden geleden voor zijn eerste toernee in Nederland; de afgelopen maand trad hij niet alleen in ons land op maar stonden er ook enkele optredens op de rol in Engeland. Hulsey speelde de afgelopen weken van Hoorn tot Maastricht, op festivals, bij radiostations, in zaaltjes en cafés. En dus ook in huiskamers, zoals bij Susan van de Wal. De 34-jarige Diessense werkt in de zorg maar regelt in haar vrije tijd de promotie en optredens van Hulsey in Europa. „Deze toernee kon ik twee keer zoveel optredens boeken als voor de eerste en het waren er nog meer geweest als het WK niet had plaats gehad. De belangstelling voor zijn muziek groeit duidelijk. En de reacties van mensen die naar hem komen luisteren zijn uiterst positief. Zijn liedjes spreken mensen echt aan."
In het najaar neemt Hulsey een nieuw album op; mogelijk volgt in het voorjaar van 2015 een volgende Europese toernee. Hulsey: „Dan hoop ik dat ik ook in België en Duitsland kan optreden". Van de Wal: „Het is veel werk om een tourmanager te zijn, maar het is tegelijk ook ontzettend leuk."

image

Ted Graham's Kings of Funk: House Party

kings-of-funk
Ouderwets of retro? Of is dat hetzelfde? Hoe dan ook: de band Ted Graham's Kings of Funk tapt op het album House Party (2013) uit een bekend vaatje: soul, funk en een beetje blues. Voor oude en nieuwe fans van het genre herken- en genietbaar. De vier leden van de in New Orleans gevormde groep zijn allen veertig tot vijftig jaar actief in de muziekwereld en dat is te horen aan het gemak waarmee ze de nummers vertolken.
Niet alleen het genre is vertrouwd, de nummers ook: 634-5789, Bring It On Home To Me, My Girl, Tell It Like It Is, Ain't Too Proud To Beg, Walking The Dog, Twisting The Night Away en Dock Of The Bay. Een mix van Stax- en Motown-klassiekers dus. Goed gezongen, goed gespeeld, maar nergens beter dan de originelen. Ook al is er niks vernieuwends aan, toch een leuk album.