SINGAPORE

Eten lijkt hier een religie. Ongelofelijk hoeveel restaurants, hoeveel verschillende keukens er zijn. Fascinerend. Maar om eerlijk te zijn: de rest van het culturele leven is heel wat minder aanlokkelijk.
Import-Singaporees

WINKELEN TOT JE ER BIJ NEERVALT

Orde en netheid regeren in Singapore

image
Singapore is een van de toegankelijkste landen in het Verre Oosten, doordat traditie en westerse trends er hand in hand gaan. Winkelen en eten zijn de favoriete tijdsbestedingen.

Selamat Datang, meldt een fleurig welkomstbord vriendelijk in een van de hallen van luchthaven Changi van de Aziatische stadstaat Singapore. Maar dat hartelijke welkom is niet wat vooral opvalt. Ook niet dat de bagage ultrakort na het uitstappen al op de vliegpassagier ligt te wachten. Wat vooral opvalt, is dat in het luchthavengebouw nergens een sigarettenpeuk ligt, nergens een propje papier, nergens een achteloos weggeworpen blikje frisdrank, nergens een uitgespuugde kauwgom die de prullenbak miste. Het is een eerste indruk die, zo blijkt later, veel zegt over Singapore.
Nog niet zo lang geleden moesten mannelijke bezoekers met lang haar eerst onder het kappersmes voordat zij het land in mochten. En inderdaad, er mag van de overheid geen kauwgom worden verkocht, want kauwgom is vies, kauwgom plakt, kauwgom wordt op straat weggegooid en dat is niet netjes. En orde en netheid regeren in Singapore. De geleerden zijn het er niet helemaal over eens of Singapore nu een dicatuur met democratische trekjes is of omgekeerd. Hoe dan ook, de strakke hand van vadertje staat heeft Singapore geen windeieren gelegd: het is een economisch succesnummer in Azië.

Boetes
Er wonen 2,9 miljoen mensen in Singapore. Acht op de tien inwoners huizen in grote wooncomplexen buiten het hart van de stad. Niet op grote afstand ervan, want de hele staat kent maar een oppervlakte van 641 ierkant ekilometer. Voor een goed begrip: dat is zo'n 1,5% van Nederland. Ondanks dat smurfenformaat lijkt de Singaporese samenleving te lopen als een Zwitsers uurwerk. Zo rijdt het openbaar vervoer op tijd (ook hier grote properheid en meer dan honderd buslijnen). De mensen zijn voorkomend en behulpzaam. Ze lopen keurig in de pas; maar de overheid treedt ook keihard op tegen mensen die dat niet doen. Fikse boetes volgen op verkeerd oversteken, op weggooien van afval, op niet doortrekken van toiletten in openbare gebouwen.
Hoe streng de overheid er is, mocht de Nederlander Johannes van Dam enkele jaren geleden ervaren. Hij werd met drugs opgepakt op de luchthaven en veroordeeld tot de doodstraf, die ondanks zware diplomatieke druk ook daadwerkelijk werd uitgevoerd. Singapore kent ook het fenomeen lijfstraffen (stokslagen) nog.
Ondanks dat je weet dat Singapore welvarend is, verwacht je de eerste dagen toch elk moment de Derde Wereld in te stappen. Dat het gaat net als in zoveel Aziatische grote steden: als je een blinkende winkelstraat vol luxeproducten uitloopt, een hoek omslaat, een straat in die aan het einde overgaat in een steeg, dat die steeg weer overgaat in een modderig zandpad omgeven door wrakke bouwsels waar penetrante lichaams­- en etensgeuren zich vermengen met luchten waarvan je de herkomst niet eens wilt weten. Alleen komt die verwachting niet uit in Singapore. Zeker, het is er niet overal spic en span, maar de groezeligheid passeert er nergens het stadium van aangenaam, kleurrijk, karakteristiek. Ook niet in de rommelige, drukke, overdekte markten in de woonbuurten en in die wijkjes zelf, waar gewoonlijk toch nauwelijks buitenlanders komen. Dat zouden ze wel moeten doen, want die (voedsel)markten in de woonbuurten zijn een attractie van de eerste orde. Kleurig en geurig. Levendig en volstrekt naturel. Een echt volkstheater.

Eten
Singapore wordt wel de eethoofdstad van Azië genoemd, hoewel Hongkong met dezelfde titel schermt. Een import­-Singaporees: „Eten lijkt hier een religie. Ongelofelijk hoeveel restaurants, hoeveel verschillende keukens er zijn. Fascinerend. Maar om eerlijk te zijn: de rest van het culturele leven is heel wat minder aanlokkelijk”. In een willekeurig winkelcentrum zijn zeker twee dozijn eettentjes in een foodhall te vinden: Vietnamees, Koreaans, Thai, Amerikaans junkfood, Indiaas, bistro, vlees, kip, vers fruit en sap, desserts. Bij elk eettentje kan de klant iets anders bestellen. Hier neem je een Chinees hoofdgerecht, daar een Koreaans bijgerecht, je spoelt het weg met een milkshake en neemt vervolgens een Thais toetje.
Dat er zoveel restaurants zijn, in alle soorten en maten, is niet verwonderlijk gezien de bonte etnische samenstelling van deze samenleving. In Singapore wonen onder meer Chinezen, Maleiers, Indiërs, Europeanen en Euraziaten.
Een van de meest bizarre eetervaringen kan een mens in Singapore opdoen in het Imperial Herbal Restaurant. Kranten­- en tijdschriftenknipsels in allerlei talen die trots in een vitrine hangen, melden steeds hetzelfde: hier staan hertenpenis, schorpioenen, zwarte mieren en slang-­in-­het-­zuur op het menu. Een Chinese 'kruidendokter' houdt er praktijk, als extra service aan de gasten. Eten blijft in Singapore niet alleen beperkt tot restaurants. De kleurige en geurige eettentjes zijn werkelijk overal te vinden, in winkelcentra, bedrijven, overdekte markten, zelfs onder woontorens. Eten gebeurt hier dan ook vaak buitenshuis; drie keer warm op een dag. Die maaltijden buiten de deur worden in de hand gewerkt door de lage prijzen, want eten in Singapore is goedkoop (en de keuringsdienst van waren streng).

Winkelen
Naast eten is winkelen hier de tweede passie. Singapore lijkt een aaneenschakeling van glanzende grote winkelparadijzen. De stad biedt al het airco-­winkelcomfort dat een creditcard maar verwerken kan. Shop 'til you drop, is hier het motto van winkeliers èn consumenten. Geen wonder dat de puissant rijke sultan van Brunei hier met regelmaat op een achternamiddag wat miljoenen komt stukslaan.
Singapore heeft naast heel veel hypermoderne warenhuizen nog een winkeltroef: etnische wijken als Little India, Arab Street en Chinatown. Elke buurt heeft zijn eigen kleurrijke karakter en eigen winkeltjes met eigen specialiteiten. In deze buurten kun je ook nog een kapper tegenkomen die op straat zijn klanten knipt. Of een dozijn schoenmakers dat op een pleintje werkt, op kuithoge krukjes gezeten tussen grote lappen leer. Hun klanten wachten geduldig op een of twee kousenvoeten, tot ze weer verder kunnen lopen naar huis of kantoor.

Koloniaal
Dat Singapore een bloeiende economie heeft, is niet alleen te zien aan de nooit aflatende drukte in de winkelparadijzen. De overheid pompt veel geld in de stad. Zo is het koloniale verleden van de stad smetteloos opgepoetst, panden zijn gerestaureerd, musea bloeien en het culturele leven krijgt veel steun van overheid en bedrijfsleven. Van sommige woningen en bedrijfspanden in het hart van de stad bleef niets meer staan dan de gevel, de rest werd nieuw opgebouwd. Maar na deze grootscheepse renovaties werden de huren wel te hoog voor gewone burgers en kleine ondernemers. Die maakten dus plaats voor advocaten, doktoren, reclame-­ en pr­-bureaus, juweliers, financiële goochelaars.
„De oude panden waren te brandgevaarlijk, er zaten ratten, de riolering was slecht. Daarom is dat zo opgelost”, zegt een medewerkster van de Singapore Tourist Promotion Board. „Ja, misschien is de authenticiteit daardoor deels verloren gegaan, maar die zit toch niet alleen in gebouwen, maar ook in mensen.” Maar die zijn noodgedwongen toch naar de buitenwijken verhuisd? „Ook wij kunnen de klok hier niet terugdraaien”, luidt het finale antwoord.
Sommige gerestaureerde panden ogen wel erg steriel. Maar het in 1965 onafhankelijk geworden Singapore heeft een excuus, zo is hier in allerlei varianten op te tekenen. „Let wel, bijna elke bezoeker van Singapore is ouder dan het land zelf. We zoeken nog altijd naar ons evenwicht, zijn nu pas onze eigen geschiedenis aan het maken. We creëren een nieuwe cultuur en die is een echte smeltkroes.”
De meeste bezienswaardigheden zijn te vinden in het Colonial District, het nostalgische koloniale hart van Singapore. Daar staat onder meer de St. Andrews Cathedral, het parlement, een oud theater, het concertgebouw en voor het Victoria Theater het acht meter hoge standbeeld van sir Stamford Raffles, ooit de ongekroonde koning van deze regio. Het is duidelijk: de jarenlange Britse overheersing wordt hier niet verstopt.

Stress
Singapore is in alle opzichten fascinerend: er heerst welvaart, ook al wonen er veel mensen op een klein oppervlakte, het is een etnische smeltkroes zonder raciale problemen, geen bedelaars op straat, het is er veilig, schoon, er is nauwelijks analfabetisme, weinig werkloosheid, de gezondheidszorg is uitstekend, net als de scholen. Geen loze reclamepraat, statistieken ondersteunen de beweringen. Maar dat betekent niet dat alles hosanna is in Singapore. Een onderwijzer, die vooral anoniem wil blijven, meldt dat er veel stress is onder jongeren. „Heel wat lagere­-schoolkinderen hebben al twee of drie middagen in de week bijles. Ze moeten van hun ouders nu al beter zijn dan de anderen. De prestatiedrang is enorm, in het hele onderwijs en voor creativiteit is weinig ruimte. Maar jammer genoeg wil men alleen de positieve kanten van ons onderwijssysteem zien.”

Cultuurschok
Mede vanwege die goed-geschoolde arbeidskrachten kozen veel Westerse bedrijven de stad­staat wel als eerste 'aanleghaven' voor hun activiteiten in Azië. Door de komst van die bedrijven en door de welvaart oogt Singapore zo 'internationaal'. Nijvere kantoorbijen dragen hun universele uniformen in de even uniforme kantoorkolossen, de fastfood-tenten zijn als overal, net als de muziek, de billboards langs de weg, de auto's, de hele grootstedelijke architectuur; Singapore leeft duidelijk op de polsslag van het westen. Zelfs de meest-gehoorde taal is er het Engels. Dat heeft in ieder geval dit voordeel: het maakt de kans op een cultuurschok die menig Aziëganger treft, aanzienlijk kleiner
Stacks Image 20708
Gepubliceerd in o.a. Brabants Dagblad, 1993

Praktisch

Bezienswaardig

Het openbaar vervoer in Singapore is benijdenswaardig: goedkoop, efficiënt, veilig en schoon. De metro heet er MRT (van Mass Rapid Transport), is modern en airconditioned en rijdt van zes uur 's ochtends tot middernacht. SBS en TIBS zijn de busmaatschappijen. Een Singapore Explorer­-buspas voor een dag kost zo'n zeven gulden. Daarnaast zijn er zo'n tienduizend taxi's te vinden in Singapore.

Gebedshuizen
De bonte etnische samenstelling van Singapore heeft geleid tot een even divers aanbod aan gebedshuizen. Op de lijst van beschermde monumenten staan onder meer de gotische St. Andrew's Cathedral, de Thian Hock Temple (de oudste Hokkien tempel in Singapore), de Armeense kerk, de Hajjah Fatimah Moskee en Sri Mariamman Temple, de oudste hindoe­tempel in de stad. Alleen die rijkgedecoreerde tempel uit 1819 is al een bezoek van een halve dag waard. Om alle beelden, ornamenten, plafondschilderingen, kleuren en natuurlijk de verering van de mensen rustig te kunnen opnemen.
Uitgaan
Boat Quay is dè plek in Singapore om 's avonds uit (eten) te gaan. Er zijn meer dan 35 bars en restaurants te vinden. Gasten kunnen hier op terrasjes aan de Singapore Rivier zitten. Wat stroomopwaarts ligt Clarke Quay, met veel uitgaansmogelijkheden.

Eilanden
Rond Singapore liggen enkele eilanden die een toeristische attractie zijn. Het bekendste is Sentosa. Te bereiken per kabelbaan, veerboot of via een brug. Bezienswaardigheden: Asian Village, Underwater World, een vlinderpark met zo'n 2.500 vlinders, een orchideeëntuin en zelfs een nagemaakte vulkaan. Kusu, St. Johns Islands, Pulau Ubin, Sister Island zijn enkele van de andere eilandjes met eigen trekpleisters.
Shop till you drop!
Singapore staat bekend als winkelparadijs. Er zijn veel grote tot zeer grote warenhuizen, maar ook ontelbare kleine winkels. In de eerste liggen de prijzen vast, daarbuiten is het afdingen geblazen. Veel aanbod is er in electronica, camera's, kleding (veel kleermakers kunnen binnen 24 uur maatwerk leveren), lederwaren, sieraden, cosmetica en parfums. Bekende winkelgebieden: Orchard Road, Marina Bay, Chinatown, Arab Street en Little India. De meeste winkels zijn open van 10.00 tot 21.00 uur. Alle etnische wijken in Singapore hebben hun eigen aanbod aan winkeltjes, in Arab Street bijvoorbeeld zijn veel riet­- en leerwinkels te vinden.
image

SINGAPORE AIRLINES ZEURT NIET OVER PRIJZENSLAG

Nieuw: een fax aan boord

Vrije concurrentie is goed. Daardoor krijgt de consument de beste prijs. En het maakt bedrijven efficiënter. Natuurlijk zitten er nadelen aan, zullen maatschappijen failliet gaan
Mathew Samuel, directeur Corporate Affairs Singapore Airlines
Stacks Image 20804
Singapore Airlines serveerde als eerste gratis drankjes aan boord van zijn vliegtuigen. Net iets meer doen dan de concurrentie is het uitgangspunt van de directie. Het lijkt een succesformule, want de winsten stapelen zich op bij deze luchtvaartmaatschappij, die nu in grootte de vijfde ter wereld is.

Singapore Airlines (SIA) wordt de meest winstgevende vliegmaatschappij ter wereld genoemd. De maatschappij heeft in ieder geval de jongste luchtvloot van alle grote luchtvaartondernemingen. Maar misschien tekent dit SIA het meest: in het wassenbeeldenmuseum van Madame Tussaud in Londen komt een Singapore Girl te staan. Zij is de stewardess van SIA en de belichaming van het hooggewaardeerde service die de maatschappij biedt.

Fax aan boord
Service met een glimlach, heet dat bij Singapore Airlines. Als eerste serveerde SIA gratis drankjes aan boord. Het nieuwste wapen in de strijd om de gunst van de frequente luchtreiziger: alle 18 Boeings 747­400 Megatop krijgen een fax aan boord; totale kosten 20 miljoen gulden. Zodat de zakenman geen seconde van zijn dure tijd hoeft te vermorsen. Het heeft SIA geen windeieren gelegd: volgens de laatste cijfers van International Civil Aviation Organization is SIA in grootte de vijfde luchtvaartonderneming in de wereld.
De onderneming komt voort uit het in 1947 gestarte Malayan Airways; pas in 1972 ontstond het zelfstandige Singapore Airlines. Twintig jaar geleden opende SIA haar kantoor in Amsterdam. Vanaf de oprichting stapelen de winsten zich op. Mathew Samuel, directeur Corporate Affairs, verklaart het succes: „Stabiel management, een platte, decentrale organisatie, kiezen voor een stabiele groei, investeren in (bij)scholing van personeel. Maar waar het allemaal op neerkomt is puur klantgericht denken. Neem onze service aan boord, vanaf het begin hebben we een reputatie opgebouwd met altijd net iets meer doen dan de concurrentie.

Vrijbuiter
SIA kon zich jarenlang als vrijbuiter opstellen, omdat de onderneming geen lid was van de internationale organisatie van vliegmaatschappijen, Iata. „Daardoor hoefden we ons niet aan allerlei regels te houden. Gratis drankjes verstrekken mocht niet volgens Iata­-regels, wij deden het. Wij serveerden grotere sandwiches dan standaard afgesproken. We kwamen met ruimere stoelen. Je moet altijd voorop lopen met nieuwe ontwikkelingen, hoe marginaal hun opbrengsten ook zijn.”
SIA eindigt in reizigersenquêtes dan ook steevast bovenaan of bij de allerbesten. Beter zijn dan anderen, is het streven van SIA, maar ook: gelijke rechten.”De wereld is een grote markt waar luchtvaartondernemingen vrij moeten zijn om passagiers die dat willen te vliegen naar waar ze willen.' Het lijkt een uitspraak ingegeven door de huidige 'opening van de luchtruimen', maar het is twintig jaar oud standpunt van het topmanagement van SIA.

Erop of eronder
De huidige liberalisering in het Europese luchtruim gaat SIA dan ook nog niet ver genoeg. „We willen een totale vrijheid, met slechts een paar spelregels, zoals geen overheidsbemoeienis met de nationale vliegmaatschappijen. Vrije concurrentie is goed. Daardoor krijgt de consument de beste prijs. En het maakt bedrijven efficiënter. Natuurlijk zitten er nadelen aan, zullen maatschappijen failliet gaan. In een vrije markt in een kapitalistisch systeem is het nu eenmaal 'erop of eronder'.' Als je dat accepteert, moet je ook niet zeuren over een prijzenslag zoals die nu gaande is in Europa, vindt de SIA­-topman. „Die moet je gewoon uitzitten. Gelukkig zijn we ver verwijderd geraakt van de vastgestelde ticketprijzen. Maar denk niet dat het nu al vrijheid is wat de klok slaat. KLM bijvoorbeeld zou zich heel wat opener kunnen opstellen. De gewenste landingsrechten krijgen in een land is nog altijd moeilijk. De neiging is nog steeds om de eigen maatschappij te bevoordelen, de beste land-­ en vertrekmogelijkheden te geven bijvoorbeeld.

Bang
„Waarom zijn overheden en maatschappijen zo bang? Zijn de Amerikanen bang dat wij ineens tien keer zo veel vluchten zouden gaan uitvoeren dan ze ons nu toestaan. Waarom zouden we dat doen? Die vliegtuigen krijgen we toch niet vol. Zijn ze bang dat wij vluchten Los Angeles ­- New York uit gaan voeren. Ha, wat denken wij daar klaar te spelen met één vlucht per dag, terwijl de Amerikaanse maatschappijen dertig tot veertig vluchten per dag uitvoeren. Alle maatschappijen mogen Singapore -­ Kuala Lumpur vliegen, als ze denken het beter te kunnen doen dan onze vijftien vluchten per dag.”
SIA wil graag met gelijkgestemde ondernemingen een federatie starten van 'vrije jongens'. „Maar ik betwijfel of er veel animo voor is. Niet alleen zijn de meeste concurrenten opgegroeid met en gewend aan protectionisme. De Amerikanen komen met hun vliegtuigen overal al. Die hebben niet zoveel wensen meer. De Europese maatschappijen voelen zich ook heel machtig, die denken ook wel te bereiken wat ze willen. We moeten wachten op een volgende generatie ben ik bang, of op iemand die maatschappijen dwingt tot echt vrije concurrentie.

Winstdaling
Ondanks de ruim aanwezige zelfverzekerdheid, kan ook SIA zich niet onttrekken aan de huidige malaise in de luchtvaartindustrie. De deze week gepresenteerde jaarcijfers (maart 1992-­maart 1993) laten zien dat de winst voor aftrek van belastingen 1,039 miljard gulden bedroeg. Dat is 14,8 procent minder dan het jaar ervoor. Na aftrek van belastingen bedroeg de winst 936,1 miljoen gulden, een neergang van 8,4 procent. Het verminderde resultaat schrijft SIA toe aan de voortdurende recessie in veel geïndustrialiseerde landen, verhevigde prijzenslag en de sterke Singapore dollar. De totale omzet steeg met 4,2 procent tot 6,2 miljard gulden. De SIA­ Groep heeft een kasreserve opgebouwd van 1,47 miljard gulden. Aan het einde van het financiële jaar 1992­-1993 had de groep geen leningen meer uitstaan.
Bij de groep zijn 23.000 mensen in dienst; de luchtvloot bestaat uit 57 vliegtuigen. SIA is de grootste particuliere werkgever van Singapore. Een op de 79 Singaporese werknemers is in dienst van SIA.Grote veranderingen ziet Samuel niet in de luchtvaart de komende jaren. „Wij zien geen heil in fusies zoals KLM van plan is of overnames. Samenwerking kan alleen natuurlijk groeien. Ook al komen er megavervoerders, er blijft altijd voldoende ruimte voor kleinere maatschappijen. En verder denken wij mee met Boeing over het vliegtuig van de toekomst, minder geluid, energiezuiniger. Maar de winst zal vooral moeten komen uit minder 'gedoe' voor de reiziger. Betere infrastructuur op en rond de vliegvelden, sneller inchecken, kortere wachttijden, dat soort kleine verbeteringen. Want mensen blijven reizen, misschien door nieuwe communicatiemogelijkheden minder zakelijk, maar privé steeds meer. Dit is geen industrie die de zonsondergang tegemoet gaat.''
Gepubliceerd in o.a. Brabants Dagblad, 1993
image
Stacks Image 20845