JOHAN VAN GRINSVEN

Belfast en meer

NOORD-IERLAND

'Het probleem van dit land is dat de Engelsen niets herinneren en de Noord­-Ieren niets vergeten.'

Gids in Londonderry

Brits buitengebied snakt naar vrede

Vooroordelen sneuvelen in Noord-Ierland

'Het rijk van de eeuwenlange vetes' wordt Noord­-Ierland wel genoemd. Toch probeert men in het Britse buitengebied de toerisme­industrie nieuw leven in te blazen. Dankzij een broos staakt­-het­-vuren. 'Het leven was hier altijd veel normaler dan de buitenwereld dacht.'


In o.a. Eindhovens Dagblad, 1996

Dit is geen verhaal over geweld. Niet over een kwart eeuw bloedige strijd. Niet over onverzoenlijkheid, haat of extremisme. Ook niet over godsdienstverdwazing. En toch gaat dit verhaal over Noord­-Ierland. De Britse provincie in de kop van Ierland lijkt opgekrabbeld sinds in 1994 een staakt­-het­-vuren werd afgekondigd. Prille hoop in een land dat vooral tegenstellingen lijkt te kennen: katholiek versus protestant, voor of tegen een onverdeeld Ierland. Er komt meer oog voor andere zaken dan wat hier al zo'n 25 jaar eufemistisch de Troubles wordt genoemd; profiteren van de economische groei bijvoorbeeld èn het toerisme ontwikkelen.

Op het vliegveld van Belfast zijn geen militairen of politiemensen meer zichtbaar. Die duiken pas op weg naar de stad op. Gewapende politiemannen in kogelvrije vesten controleren het verkeer naar de luchthaven. Niemand kan verrast zijn, want Belfast is een stad die bij velen dezelfde gedachten oproept als bijvoorbeeld Beirut. Een stad in oorlog. En inderdaad, wie er rondloopt ziet veel camera's tegen gevels en politie in kogelvrije vesten. De politiebureaus en andere overheidsgebouwen zijn heuse forten, omgeven door hoge hekken en uitkijktorens. Vanwege de huidige vredesgesprekken in Stormont Castle, het vroegere parlementsgebouw net buiten Belfast, wiekt een politiehelikopter de hele dag boven de stad. Zelfs de verkeerslichten zijn verpakt in een kast van gaas. De Noord­-Ieren valt het niet eens meer op.
Belfast is een bakstenen, Victoriaanse stad. Een gedwongen hoofdstad, sinds de twee 'Ierlanden' in 1921 ontkoppeld zijn. En stad met allure: de klassieke Queen's universiteit, glanzende winkelcentra, een rustgevende botanische tuin, het gerenommeerde Ulster Museum en genoeg kerken om elke dag van het jaar een ander godshuis te bezoeken. En dan zijn er nog de vele pubs. Met als beroemdste de Crown Liquor Saloon, midden in het centrum. Authentiek, uit 1885 en Victoriaans tot in het extravagante, zo overdadig gedecoreerd met mahoniehout, kleurige tegels, marmer en glas dat de ogen niet tot rust komen. Blikvangers zijn de afgesloten snugs in het café, een soort vip-boxen, waar drinkers zich rustig kunnen terugtrekken. Een pub als een fascinerend tableau vivant.
Belfast heeft een compact centrum met veel oude gebouwen. Toch is het een stad in ontwikkeling. Langs de Lagan­-rivier is dat goed te zien. Achter een recent aangelegde dam werkt men aan een nog ambitieuzer project. Hotels, een concert­ en congrescomplex, restaurants en appartementengebouwen verrijzen er.
Enorme subsidies van vooral de Europese gemeenschap brengen hier werk en welvaart. Het Lagan Lookout Visitors Centre vertelt over de geschiedenis en de toekomst van dit gebied. Dus ook over de historie van de beroemde scheepswerf Harland & Wolff. Die bouwde hier de grote Britse passagiersschepen, zoals de Titanic.

Brandhaarden

Toch zijn de bekendste plekken van Belfast elders in de stad te vinden. Dat zijn de beruchte brandhaarden Falls Road en Shankill Road, daar waar respectievelijk katholieken en protestanten hun bolwerken hebben, op nauwelijks vijf minuten van het stadscentrum. Twee nagenoeg parallel lopende straten, veel dichter bij elkaar gelegen dan de tv­-beelden thuis suggereren.
Een buitenlander kan de beide wijken rustig bezoeken, net zoals hij elders in Belfast niet voor zijn leven hoeft te vrezen. Hij treft er de bekende krijgshaftige muurschilderingen aan en overal gekalkte slogan's. 'Their only crime is their loyalty.' Weinig verpaupering; de mensonterende krottenwijken van vroeger zijn al lang verdwenen, zoals de Noord­-Ierse overheid er hier en elders in Belfast een punt maakt van bom­ en brandschade meteen te herstellen of bouwvallen snel te verwijderen. Toch blijven deze wijken - op de muurschilderingen na - gehuld in een grauwsluier, die zich door de haat en het verdriet uit het verleden ook in veel mensen vastgezet lijkt te hebben.
Dat het ook anders kan, bewijzen de buitenwijken van de stad. Daar waar de middenklasse, katholiek èn protestant, in harmonie samen woont.

Kustweg

Noord­-Ierland is ongeveer zo groot als de drie noordelijke Nederlandse provincies. Die bescheiden omvang maakt het gebied heel hanteerbaar voor toeristen. Een aanrader is, vanuit Belfast, de Antrim­-kustweg naar de noordpunt. Meeslingerend met het water, door kleine dorpen, langs rotswanden en steile graasgronden en een altijd maar groen landschap vol wilde bloemen. Op veel plaatsen ruïnes van kastelen uit de elfde en twaalfde eeuw. En langs het (vakantie)huis van de Amerikaanse filmacteur Robert DeNiro, in het nietige plaatsje Cushendall.
Aan de noordkaap is de grootste bezienswaardigheid van Noord­-Ierland te vinden: de Giant's Causeway. Een bizar natuurverschijnsel, te midden van een kust die toch al een geologisch leerboek is. Wie er heen wandelt, denkt onwillekeurig: 'wat moeten al die mensen toch bij die hoop stenen'. Maar dichterbij gekomen, blijkt die hoop toch meer te zijn. Zo'n 40.000 dicht opeengepakte basaltkolommen vormen een langzaam aflopend voetpad van de voet van de heuvels tot in het zeewater. Bijzonder, omdat het zo 'gemaakt' lijkt. Eeuwenlang was er maar één verklaring voor dit natuurfenomeen: het werk van een reus.

Londonderry

Er wonen zo'n anderhalf miljoen mensen in Noord­-Ierland, waarvan eenderde deel in Belfast. De rest van de steden is van binnenzakformaat, op Londonderry na. De tweede grootste stad telt zo'n 65.000 inwoners. De buitenwijken van Londonderry - of Derry voor nationalisten - reiken bijna tot in de Republiek Ierland. Het is in Derry dat de Troubles begonnen, in 1968, mede omdat hier de overheersing van de katholieke meerderheid door de protestantse minderheid het meest flagrant was.
Londonderry kent niet alleen een explosieve economische groei, maar is ook de stad van fraaie kerken en het Tower Museum, een nieuw en toch al enige malen onderscheiden museum gewijd aan de geschiedenis van de stad. Het stadhuis lijkt er eeuwenoud, maar is herbouwd nadat het in 1972 werd opgeblazen. De bommenlegger keerde na zijn gevangenisstraf terug in het stadhuis dat hij zelf opblies, als gemeenteraadslid.
Pas sinds 1995 zijn de dikke zeventiende­-eeuwse stadsmuren weer toegankelijk voor het publiek. Dat gebeurde niet eerder omdat de IRA vanaf de muren de politie onder vuur nam. Een wandeling over de stadsmuren, zo'n anderhalve kilometer lang, leidt vanzelf langs de beruchte Bogside, de katholieke arbeiderswijk waar op 30 januari 1972 Bloody Sunday plaatsvond; de beruchte veldslag tussen katholieken en militairen met als resultaat dertien doden en veertig zwaargewonden. Als vergelding werden kort daarna achttien Britse militairen opgeblazen. „Het probleem van dit land is dat de Engelsen niets herinneren en de Noord­-Ieren niets vergeten”, zegt een Derry­-gids.

Platteland

Buiten de steden Belfast en Londonderry is Noord­-Ierland platteland. Veel landbouwgebied en ongeschonden natuur. En eeuwig groen zo lijkt het wel. Elk van de zeven graafschappen heeft eigen aantrekkelijkheden. Het merengebied van het graafschap Fermanagh bijvoorbeeld. Rivieren die geen haast hebben de zee te bereiken. Of 's wereld oudste whiskey-stokerij in Bushmill. De vele overblijfselen van oude kastelen en de landhuizen die beheerd worden door de National Trust.
En dan zijn er nog de Noord­-Ieren zelf. Vriendelijk, toegankelijk. In een pub in Waterloo Street in Londonderry groet de buitenlandse gast bij vertrek de barman. Niet alleen hij, maar ook alle aanwezige stamgasten groeten joviaal terug.
De Noord-­Ierse toeristische autoriteiten proberen vooralsnog Ierland-gangers een paar dagen te laten afbuigen naar het noorden, als zelfstandige bestemming heeft het gebied (nog) niet veel kansen. Manager Monica Duncan van het Northern Ireland Tourist Board (NITB): „In het zuiden is de ontwikkeling van de toeristische branche veel verder: meer accommodaties, een breder aanbod voor vakantiegangers en mensen die beter ingespeeld zijn op de wensen van gasten. Wij kunnen daar nog heel wat van leren.”
Maar overheid en ondernemers trekken er hard aan. Er komen hotels bij, mensen in de hotellerie worden bijgeschoold en de NITB heeft een grote hoeveelheid brochures gemaakt voor toeristen. De Noord­-Ieren moeten wel. Zelfs in de zuinigste jaren van het Thatcher-bewind bleef de geldkraan voor Noord-­Ierland open staan. En de laatste jaren stroomt de ene na de andere subsidie van de Europese Gemeenschap naar deze rand van Europa. Die subsidies maken het land ook kwetsbaar, mocht de geldstroom opdrogen. Vandaar de snelle ontwikkeling van het toerisme, want Noord­-Ierland zal ooit gedwongen zijn de eigen broek op te houden.

Vooroordelen

Ierland mag dan toeristisch meer te bieden hebben, Noord­-Ierland is een bijzondere ervaring. Misschien juist wel omdat het gebied door de Troubles al een kwart eeuw in het brandpunt van de internationale belangstelling staat. In dat decor te staan is fascinerend. Noord-­Ierland is ook bijzonder omdat vooroordelen sneuvelen, zeker sinds het staakt­-het­-vuren. Noord­-Ierland is geen oorlogsgebied, geen armoedig land en er heerst geen mineurstemming.
Weliswaar praten de Noord-­Ieren heel eufemistisch over de Troubles, maar ze verbloemen deze absoluut niet. „Ze horen nu eenmaal bij ons leven”, vertelt Ronan McNamara, de jonge baas van McNamara Tours in Derry. „Als wij een wandeling door de stad begeleiden, vraagt iedere buitenlandse gast wat wij zijn, katholiek of protestant. Maar als gids zijn wij atheïst”. Dan pauzeert hij even. „Maar omdat je in Noord­-Ierland niet neutraal kunt zijn, vraagt een Noord-­Ier vervolgens altijd: Ben je dan een katholieke of een protestantse atheïst?’.
Hij vertelt het terwijl hij bij de protestantse enclave vlakbij de katholieke Bogside staat. De zeshonderd protestanten die nog niet naar een andere, protestants stadsdeel zijn verhuisd, wonen er achter ijzeren hekken, in de schaduw van kolossale politie­-uitkijktorens. Het doet denken aan een concentratiekamp. Maar dit verhaal moest niet over geweld gaan, niet over haat of diepe tegenstellingen. Alleen, zou het dan nog wel over Noord­-Ierland gaan?

Informatie over Noord­Ierland wordt in Nederland gegeven door zowel het Brits Toeristenbureau (020­-6855051) als het Iers Nationaal Bureau voor Toerisme (020-­6223101). Rechtstreekse informatie: Northern Ireland Tourist Board, St.
Anne's Court, 59 North Street, Belfast BT1 NB, Noord­Ierland, telefoon: 00­44­-1232­231221.
De toeristenorganisatie heeft een algemene toeristische brochure in het Nederlands gemaakt en verder zijn onder meer aparte Engelstalige brochures over vakanties op het platteland, Belfast en tuin­ en wandelgidsen beschikbaar.
Stacks Image 20784
Stacks Image 20786
Stacks Image 20788

Noord-Ierland ruikt eindelijk toeristische kansen

Belfast op drempel nieuw leven

Bijna sinds mensenheugenis worden Belfast en Noord-­Ierland vooral geassocieerd met haat, bloedvergieten, godsdienststrijd, belegering. Dus is het even wennen om in een brochure van een Nederlandse reisorganisatie een Belfast City Break te zien staan. Belfast als bestemming voor een gezellige tussendoorvakantie, die gedachte zal bij weinigen opkomen.


In o.a. Brabants Dagblad, 1996

'De levendige hoofdstad van Noord-­Ierland maakt zich op om toeristen te verwelkomen. De laatste jaren is enorm veel geïnvesteerd in nieuwe hotels en stadsvernieuwingsprojecten. Het vrijwel autovrije centrum is aantrekkelijk om rond te wandelen, op zoek naar typische winkeltjes, of te lunchen in een van de authentieke pubs', meldt Cityhopper Tours in de pas verschenen brochure voor het komende zomerseizoen. Joris Minne van de Northern Ireland Tourism Board in Belfast is trots op dat plekje in die brochure. Het is het bewijs dat Belfast, weer meetelt. En, net als heel Noord­-Ierland, op de drempel van een nieuw leven staat.

Minne toonde zich onlangs tijdens een bliksembezoek aan Nederland een ras­optimist. Hij betreurt de laatste bomaanslagen in Londen sterk. „Sinds het begin van de vredesgesprekken en het staakt­-het­-vuren in 1994 was de sfeer in Belfast uiterst optimistisch, uitgelaten zelfs. Nu is iedereen weer wat meer gespannen, maar we blijven voorzichtig­ optimistisch.”
Hij erkent dat Noord­-Ierland in het buitenland een slechte reputatie heeft. Dat kan ook niet anders na ruim 25 jaar bloedige strijd tussen katholieken, protestanten en het Britse leger. „Al dat geweld heeft ook een voordeel”, meent Minne. „Mensen weten tenminste waar Noord­-Ierland ligt. Vraag maar eens aan een willekeurig iemand waar Dominica ligt. We hoeven dus alleen nog maar Noord­-Ierland als een toeristische bestemming onder de aandacht te brengen.'

Bomaanslagen

Het nog altijd fragiele bestand heeft Noord-­Ierland - ook Ulster genoemd - op toeristisch vlak goed gedaan, aldus Minne. In 1994 kwamen er 1,29 miljoen mensen naar de kop van Ierland. Daarvan kwamen er 275.000 alleen voor een vakantie. In 1995, het eerste volle jaar van het bestand, steeg het aantal bezoekers tot boven de 1,5 miljoen, waarvan 430.000 vakantiegangers. De anderen kwamen bijvoorbeeld (deels) voor zaken of om familie of vrienden te bezoeken. Volgens de Northern Ireland Tourist Board bezochten in 1995 zo'n 10.000 Nederlanders dit deel van Engeland.
Als de laatste bomaanslagen in Londen incidenten zijn, dan moet Noord-­Ierland deze sterke toeristische groei door kunnen zetten, zo denkt Minne. „Als we maar weer niet in een geweldsspiraal terecht komen.” Maar liever verwijst hij naar twee hotelgroepen die onlangs aankondigden in Belfast nieuwe hotels te willen bouwen. Voor de een 'n investering van 40 miljoen gulden, voor de ander gaat het om 25 miljoen gulden. En op het feit dat de twee Nederlandse reisorganisaties die Noord­-Ierland de laatste jaren in hun aanbod hadden, inmiddels gezelschap hebben gekregen van enkele concurrenten van omvang: Arke, De Jong Intra Vakanties en OAD. En dat KLM Cityhopper dagelijks op Belfast vliegt.

Veel te bieden

Belfast heeft veel te bieden: muziek, pubs, de mensen, bezienswaardigheden zoals het stadhuis, de botanische tuinen, de scheepswerf en het Ulster Museum. En het is er goedkoper dan in Londen. Dat weekendarrangement van Cityhopper Tours is niet zo ongewoon, er komen ieder weekeinde veel Londenaren naar Belfast om uit te gaan. Er gaan niet voor niets dagelijks zo'n twintig vluchten tussen Belfast en Londen”, aldus Minne's collega Aubrey Irwin.
„Wij hebben goede restaurants in Belfast, er is in veel pubs live­-muziek te horen. Niet alleen maar folk, maar ook rockmuziek. En wie wil, zit binnen twintig minuten vanuit de stad midden in de natuur.”
Noord-­Ierland is ongeveer zo groot als de drie noordelijke provincies van Nederland samen. De meeste bezienswaardigheden zijn binnen een meerdaagse tocht van 800 autokilometers te bekijken. Irwin: „En we hebben een rijke historie”.
Maar hoe zit het met de recente geschiedenis, de versperringen, de militairen en politiemensen op straat, het geweld, de sfeer van doem en dreiging en de IRA die niet ingaat op de eis van de Britse en Ierse regering om het staakt-­het­-vuren te herstellen? Minne: „Zeker, voor iemand die niet gewend is om veel politie op straat te zien, kan Belfast beangstigend zijn. Maar de situatie is sterk verbeterd vergeleken met de tijd voor de wapenstilstand. Nu word je op het vliegveld niet meer ontvangen door militairen met machinegeweren in schuttersputjes. Overigens is er bij al het geweld in Belfast nog nooit een toerist iets overkomen”, gooit Minne er nog maar een schepje bovenop.
Maat hij weet de situatie nòg rooskleuriger te schilderen. „Die zware politieaanwezigheid heeft ook voordelen. Het maakt Belfast misschien wel de veiligste grote Europese stad. Als bij ons een toerist wordt beroofd, dan is het voorpaginanieuws in de krant. Zo zelden komt het voor. Een onderzoek van Coopers & Lybrand heeft onlangs aangetoond dat negen van de tien toeristen die daadwerkelijk in Noord­-Ierland zijn geweest ook zeggen terug te komen. Dat is een haast ongelooflijk hoge score voor een toeristische bestemming. Nu hoeven we dus alleen nog maar te zorgen dat meer mensen die eerste keer komen.”

Foto top: Het bekende Belfast uit de tv­-journaals en de kranten: anti-Britse muurschilderingen in volkswijken.
Foto daaronder: De drukstbezochte bezienswaardigheid van Noord­Ierland: Giant”s Causeway is meer dan een hoop stenen.
Foto brug: Onderweg in Noord-Ierland, fraaie vergezichten zijn nooit ver weg.
Foto onder: op veel plekken in Noord-­Ierland zijn verbodsborden te vinden die waarschuwen tegen drinken in het openbaar.




Gepubliceerd in o.a. Eindhovens Dagblad in juni 1996 en in De Gelderlander in juli 1996 (klik op datum voor originele vormgeving)

JOHAN VAN GRINSVEN


Onderwijzer, journalist, winnaar twee persprijzen, auteur van diverse non-fictieboeken, ontwerper websites, mede-oprichter Uitgeverij Baard & Kale.

Stacks Image p20868_n5

MOTTO


Your easing reading
is damned hard writing

Nathaniel Hawthorne