DUITSLAND

ZELFS DE SCHANDPAAL SCHITTERT IN CELLE

450 vakwerkhuizen, dicht tegen elkaar geschurkt

De Lüneburger Heide is een natuurgebied van naam en bekend als militair oefenterrein. In de omgeving van het heidegebied bevinden zich veel karakteristieke oude plaatsjes. Zoals het knusse Celle, op korte afstand van Hannover en Braunschweig. Nergens in Duitsland zijn zoveel oude vakwerkhuizen op zo'n kleine oppervlakte geconcentreerd. Zeggen ze in Celle.

DE oude stad van Celle is niet groot. Slechts 400 bij 220 meter om precies te zijn. En toch pronken hier, dicht tegen elkaar geschurkt, zo'n 450 vakwerkhuizen. Ze illustreren vele eeuwen trots ambachtswerk en welvaart. Volgens de inwoners van Celle zijn er nergens in Duitsland op zo'n klein oppervlak zoveel van deze oude vakwerkhuizen te vinden. Dat oude centrum is de grootste attractie van de drukbezochte stad aan de zuidrand van de Lüneburger Heide.
HET centrum van Celle is nu al niet groot, maar was in het verleden nog kleiner. De huidige Mauernstrasse ' waar inmiddels veel cafés en winkels gevestigd zijn ' lag vroeger buiten de stadsgrens. Totdat hertog Ernst zijn residentiestad rond 1530 naar het zuiden uitbreidde, met twee hele straten.
Celle, dat twee jaar geleden het 700­jarig bestaan vierde, telt inmiddels ongeveer 73.000 inwoners en tot voor kort een paar duizend militairen van buitenlandse komaf. Maar dat laatste is snel afgenomen als gevolg van de ontspanning tussen Oost en West. De kroeg­ en restaurantbazen in de garnizoensstad - al ruim 300 jaar ' merken het als geen ander.
In alle bewaarde oudheid is het middeleeuwse Celle toch een levendige stad.
Grotendeels komt dat omdat in de 450 oude vakwerkhuizen ' een enkele uitzondering daargelaten ' kantoren, winkels en horecagelegenheden in allerlei soorten en maten zijn te vinden. En dat trekt volk. Dit stadsdeel is voor veel bezoekers het toppunt van romantiek: fraaie gevels van hout, kleurrijk stucwerk en soms uitbundig houtsnijwerk, liefdevol gerestaureerd, zorgvuldig bijgehouden, opgesierd met veel groen en planten. Dat sommige panden niet origineel zijn, maar getrouwe copieën, zal velen niet deren, zelfs niet eens opvallen.
In de Zöllnerstrasse leefden vroeger de rijken en dat is nog altijd te zien: de huizen zijn er hoger. Boven deuren, ramen en erkers zijn veelvuldig vrome wijsheden geschilderd. Samen met Neue Strasse en Schuhstrasse is dit meer het centrum van de stad dan Grosser Plan, waar de oude huizen een ruim kasseienplein omringen. Vroeger heette het up dem Schilde en was het een exercitieplaats. Maar het mist de intimiteit van de smalle straatjes in de oude stad.
HET oudste gebouw van de stad is 465 jaar. Maar er zijn vele eeuwenoude panden in Celle. Net zoals er veel bouwstijlen zijn vertegenwoordigd, van renaissance tot classicisme. Nergens is die overgang zo duidelijk te volgen als in één straat, de Auf der Stechbahn. Een ander besef van historie biedt de Ratskeller, vlakbij de Stadtkirche. Hier wordt al sinds 1378 bier geschonken; het is de oudste bewaard gebleven taverne van Nedersaksen. Ook de enige intact gebleven synagoge van noord­Duitsland is in Celle te vinden; deze stamt uit 1740. En zelfs de schandpaal uit 1786 stata nog in het centrum, keurig gerestaureerd en glimmend. Het zijn enkele, bijna willekeurige grepen uit de grote grabbelton die Celle is. De een valt er voor, een ander loopt na enkele uren gillend weg van dit grote aanbod aan knusse vakwerkschoonheid.
HET grote slot is een belangrijke bezienswaardigheid in de stad; zo'n vierhonderd jaar, tot 1705, daadwerkelijk in gebruik als residentie. Het verbergt nu diverse schatten, zoals het oudste baroktheater van Duitsland (uit 1675, maar nog altijd ongeveer 300 voorstellingen per jaar) en de befaamde renaissance­kapel. Tegenover het slot valt het Bomann­museum op. De architect van het in 1907 geopende museum nam zijn opdracht 'het verwerken van de verschillende bouwstijlen in de stad' wat al te letterlijk. Dus zijn er gothisch ramen èn een vakwerk­erkertje èn elementen uit renaissance èn uit barok in het gebouw aanwezig. De bontheid van het Heimat­museum wordt versterkt doordat de recent toegevoegde aanbouw ' voor moderne kunst ' ook heel modern is. De architectuur leidt ongetwijfeld tot felle afkeer of grote adoratie; een tussenweg lijkt onmogelijk.
Een zelfde gevoel van verbazing biedt de Stadtkirche St. Marien (die teruggaat tot 1300). Het interieur is voortdurend aangepast aan de tijdgeest.
Vandaar dat gothiek, barok en renaissance hier een vreemd spel spelen. In beelden uit de zestiende en zeventiende eeuw toont zich de veranderde opstelling van de mensen ten opzichte van hun religie. In de zestiende eeuwe zijn knielende notabelen in marmer gevangen, heel devoot. Een eeuw later staan ze, versteend maar uiterst zelfbewust. Het samensmelten van extremen maakt dat een bezoeker hier in verwondering kan rondlopen tot de nekkramp toeslaat.
MET Celle als basis zijn vele uitstapjes mogelijk. Twee springen eruit: de Lüneburger Heide (voor een groot deel ontoegankelijk vanwege de status als militair oefenterrein) en het nabijgelegen Wienhausen­klooster. Dat biedt onder meer belangrijke muurschilderingen en sculpturen en opvallende glas­in­loodramen.
VEEL Nederlanders lokt Celle niet: er worden jaarlijks 2.700 à 3.000 'Nederlandse overnachtingen' geboekt. Tien jaar geleden kwam de Britse koningin Elisabeth nog een kijkje nemen in Celle. Daar zijn ze nog altijd trots op. Als zelfs een koningin de stad de moeite waard vindt om te bezoeken, moet het wel iets aparts zijn. Vinden ze zelf.



De gevel en het interieur van het Neue Rathaus getuigen van de rijkdom van de stad Celle.
---(c)BPbv1994------------------------------------------------------


Gepubliceerd in o.a. Brabants Dagblad, 1994

Fremdenverkehrsverband Celler Land, Markt 6, 3100 Celle, telefoon: 00­4951411212. Tot 31 december biedt de plaatselijke VVV een driedaags Romantisch Celle­-arrangement. Al naar gelang de accommodatie, prijzen vanaf 120 DM per persoon.
Informatie over Celle in Nederland: Duits Verkeersbureau, Hoogoorddreef 76, 1101 BG Amsterdam, telefoon: 020­6978066.

Gepubliceerd in o.a. Brabants Dagblad, 1992
Dit verhaal is eerder gepubliceerd in o.a. De Stem, maart 1993 (klik op datum voor originele vormgeving)