JOHAN VAN GRINSVEN

Bornholm

DENEMARKEN

"Twee auto's achter elkaar heet hier al een file..."

Inwoonster Bornholm

Het brave bestaan in het buitengewest

Bornholm is een Deens buitenbeentje

Het eiland Bornholm is een Deens buitenbeentje, het ligt tegen Zweden aangeschurkt. De kust is er ruig, de stranden bevatten het fijnste zand en de mensen zijn er stug. En Bornholm is braaf.


Gepubliceerd in o.a. Brabants Dagblad 1995

Hij is jongensachtig, zoals alleen Amerikanen dat kunnen zijn. En toch is Pete Hunner de veertig al gepasseerd. Hij is glasambachtsman, woont op het kleine Deense eiland Bornholm dat dicht tegen Zweden ligt aangeschurkt. Politieke wetenschappen studeerde Hunner. En kunstgeschiedenis. Hij woonde in Kansas en in New Mexico. De liefde dreef hem eerst naar Kopenhagen en daarna naar Bornholm. Het gemak waarmee hij de beeldspraak oplepelt, verraadt dat hij die vaker heeft gebruikt: 'Het leven in Amerika is als een rijdende sneltrein, als je er even uit moet, dan haal je 'm nooit meer. In Kopenhagen gaat de trein wat langzamer.

Maar in Bornholm wacht de trein op je tot je weer instapt'. De essentie van het leven op het bijna buitengewestelijke Deense eiland teruggebracht tot enkele zinnen.
Net zo min als de rest van Denemarken, heeft Bornholm bergen, fjorden of strenge winters. Zelf zeggen ze dat het land niet zo duur is als de rest van de Scandinavische broeders. Hoewel het door wisselende machtshebbers regelmatig verkwanselde eiland dichter bij Zweden ligt dan bij Denemarken willen Bornholmers al sinds mensenheugenis graag bij Denemarken horen. In 1658 was het zover. De Zweedse gouverneur en zijn garnizoen werden over de kling gejaagd en de eilandbewoners sloten zich weer bij Denemarken aan.
Waarom eigenlijk? Tegenwoordig zijn de eilandbewoners vooral trots Bornholmers te zijn. Het is een zelfstandige provincie en de rest van het land heet consequent 'daar'. De vraag 'Ben je in Kopenhagen geweest?', wordt niet gesteld. Dat is 'Ben je Daar geweest?'
Bornholm trekt een half miljoen toeristen per jaar, veel Duitsers en Zweden. Ze worden vooral gelokt door de stranden aan de zuidkust. De mooiste zijn te vinden bij Dueodde, twintig kilometer strand, in de zuidoostpunt. En niet zomaar strand. Het stuifzand werd vroeger onder meer gebruikt om zandlopers mee te vullen. Het is het fijnste zand, angstaanjagend wit ook. De vuurtoren van Dueodde kijkt uit over zand, duinen en zee. Wie de bijna tweehonderd treden naar boven wil lopen, hoeft slechts vier Deense kronen in een busje te stoppen dat naast de ingang staat. Want toezicht is er niet altijd.
Datzelfde geldt voor de wankele voedselstalletjes die overal langs de weg staan. Zo bieden boeren hun verse waren aan, aardappels, appels, eieren. De prijzen staan erbij èn een blik of doosje om het geld in te doen. Als de avond valt en de koopwaar naar binnen wordt gehaald, zit dat geld er nog altijd in.

Jongeren

Neksø is de tweede grootste stad van het eiland. Op 1 mei 1994 woonden er 3.871 mensen, maar dat zullen er inmiddels weer minder zijn. Want Bornholm druppelt leeg. Zo'n 45.000 inwoners telt het eiland nog, tweeduizend minder dan een paar jaar geleden. Als in zoveel afgelegen plaatsen trekken de jongeren weg, op zoek naar werk, een betere toekomst.
Hoewel Bornholm nog grossiert in charmante vissersplaatjes heeft de visindustrie op het eiland - Neksø is de vierde belangrijkste vissershaven van Denemarken - de laatste jaren enorme klappen opgelopen. Tien jaar geleden kon een jongeman zonder opleiding er nog goud geld in verdienen; tegenwoordig nauwelijks een belegde boterham. Als er gevist mag worden, is de vis onvindbaar en als de vis gevonden kan worden, mag die niet worden gevangen. Wie er naar informeert, krijgt een moedeloos verhaal te horen over quoteringen, slechte vangsten en een drastisch ingekrompen vissersvloot.
In de haven van het plaatsje ('twee auto's achter elkaar noemen wij hier al een file', zegt een inwoonster) verdringt een handvol mensen zich rond een vissersboot die wordt gelost. Meeuwen wachten als aasgieren; afgekloven vissenkoppen op de kade bewijzen dat geduld loont. Glibberige mannen in oranje en zwart rubber lossen hier schepen in ritmische patronen. De stank is oorverdovend. In de zomermaanden is de haring een dag later als 'Hollandse Nieuwe' te koop in Nederland.

Toerisme

De visserij, dat is hier nog het Echte Leven. Heel wat mensen werken de ene helft van het jaar in een hotel of restaurant en de andere helft als visser of als visfileerder. De visserij is een belangrijkere bron van inkomsten dan landbouw en toerisme. Door het belang van visserij en landbouw krijgt het toerisme geen kans de kleine samenleving te ontwrichten. Dat geeft toeristen de kans om te verblijven in een samenleving die ook buiten het toerisme een kloppend hart heeft.
Åge Pedersen is de chef van Den Lille Havfrue, 'de kleine zeemeermin' in Snogebaek. Bij de lokale bevolking staat zijn restaurant bekend als een van de beste van Bornholm. Als visser bleek hij geen succes - zeeziekte is in dat vak nu eenmaal geen pre - dus moest hij iets anders in de winter. Pedersen verhuurt zich daarom 's winters als gastkok in Zweden, want een vetpot is de Bornholmse toeristenindustrie dan niet voor hoteliers en restaurateurs. Toch heeft het eiland dan ook iets te bieden - een soort ruige rust -, maar het is het probleem van de jonge hond die zijn eigen staart achterna loopt. Hotels, winkels, musea en cafés zijn niet open omdat er weinig toeristen komen en er komen nauwelijks toeristen omdat er niets open is.

Afstanden

Over de afstanden op Bornholm hoeft niemand in te zitten. Binnen een half uur is elk punt van het eiland vanuit elk ander punt per auto te bereiken. Een beetje fietser steekt zonder veel problemen van noord naar zuid of oost naar west over in een paar uurtjes. Niet dat Bornholmers zelf zo mobiel zijn. Dat tochtje van een half uur dat nodig is om aan de andere kant van het eiland - wat hier gelijk staat aan het andere eind van de wereld - te komen, geldt als een hele reis. 'Dan nemen wij een lunchpakket mee', zo luidt een grap met een serieuze ondertoon in Bornholm. Vijf dialecten spreekt men er. De nodige animositeit is er, ingegeven door het weerbarstige bestaan en de veertien religies die thuis zijn op het eiland. De volgelingen zijn samengeklonterd en hebben de woonoorden daarmee een zeker isolement gegeven.

Rotskusten

Biedt de zuidkust stranden, in het noorden zijn granieten rotskusten te vinden en de meeste bezienswaardigheden. De noordelijke kustweg slingert langs kleine dorpen, met havens die met grof geweld uit de rotsen gesprongen zijn. Veel ruimte voor vissersboten is er niet. Soms is er een stevig hoogteverschil in de dorpjes. De vakwerkhuizen heten hier bindingsvaerk, ze zijn geschilderd in felle kleuren geel of rood. Het open landschap tussen de dorpen deint zacht, ruim duizend boerderijen zijn in het binnenland te vinden.
Er is meer op Bornholm. De sfeervolle hoofdstad Rønne (12.000 inwoners) bijvoorbeeld, zonder dominante bezienswaardigheden en misschien daarom wel zo leuk. En verder innemende oude, witgekalkte ronde vestingkerkjes, boottochten vanuit de haven van Gudhjem langs eeuwenoude offerplaatsen, woud en bos in het hart van het eiland, 250 kilometer fietspad, een divers cultureel aanbod, de burcht Hammershus die als bij toverslag in de bezoekers riddersagen losweekt. Wie hier 's avonds tussen ruïneuze bemoste muren de zon ziet ondergaan, fotografeert de ene prentbriefkaart na de andere.
Bornholm is ook bekend vanwege de gerookte haring. Op het eiland zijn nog zo'n tien grote visrokerijen te vinden, de meeste zijn ook restaurant. Meeuwen stappen er brutaal op de vacante eettafels rond en bietsen restanten van maaltijden die staan als een huis in de maag van de gasten. Bij alle rokerijen staan visrekken buiten; ze bieden een haast surrealistische aanblik. Jan Ole Kofoed behoort in zijn familie tot de vierde generatie visrokers. In zijn Svaneke Rogeri vertelt hij graag en lang over zijn ambacht. "Vis roken dat gaat geen twee dagen hetzelfde, je moet er gevoel voor hebben en dat leer je hier van vader op zoon."

Kunstmuseum

Er is nog een attractie van belang op Bornholm. Het Kunstmuseum, door de Deense koningin in 1993 geopend. Een prestigieus museum gewijd aan de kunst gemaakt op Bornholm en kunst die Bornholm als onderwerp heeft. Het museum aan de noordkust is gevestigd in een witter dan wit pand dat van buiten fragiel oogt, maar van binnen ruim is. Een miljoenenproject.
Het museum is gevestigd op de Heiligdomsrotsen, waar schuimkoppen tegen de klippen slaan. Hier was vanaf de veertiende eeuw een bron die magische en heilzame krachten werd toegedicht, zo blijkt nog altijd in het museum. In de entreehal van het museum ontspruit die originele bron weer in de vloer. In een lineaaldikke goot stroomt het water het hele gebouw door, van de trappen af om in de buik van het gebouw te verdwijnen.
Alle belangrijke stromingen in de schilderkust hebben Bornholm bereikt, vandaar dat het museum niet alleen verhaalt over de kunst van het eiland, maar ook een illustratie is van de recente kunstgeschiedenis. Waarom kwamen al die kunstenaars naar Bornholm? "Vanwege het licht, dat is hier heel apart, vinden schilders. En vanwege de hoge horizon", zegt directeur Lars Kaerulf Møller.
Het belang van het museum kan nauwelijks worden overschat. Het heeft het beeld van Bornholm als wijkplaats voor kunstenaars en ambachtslui versterkt. Er zijn ruim dertig keramiekstudio's op het eiland en verder textielkunstenaars, zilversmeden, glasstudio's, bijna allemaal met hun eigen activiteiten èn open voor toeristen.

Braaf

Wat beklijft van een bezoek aan de Deense provincie Bornholm? Dat het klein en intiem is. Sommigen zullen eerder zeggen: saai en beklemmend klein. En het is er schoon. Maar bovenal zingt het rond: Bornholm is braaf. Als ongeschreven wet (hoewel boetes mogelijk zijn) geldt hier dat mensen voor pinksteren hun huizen geschilderd moeten hebben en hun tuinen - vol stokrozen en hortensia's - opgeknapt. Begraafplaatsen zijn smetteloos, bermen schoon, het bos wordt twee keer per maand schoongemaakt. Trots, daar heeft het ook mee te maken, zeggen degenen die oorspronkelijk van 'daar' komen.
Ook al zijn Bornholmers stug, de Amerikaan Pete Hunner zegt: "Mensen zijn hier belangrijk. Vriendschap is een blijvend iets. En je kunt ook tijdens het hoogseizoen nog heel vredige gedeelten vinden. Je kunt hier een dag fietsen en geen enkele auto tegenkomen." Zeventien jaar woont hij hier nu. Zijn trein heeft hij al lang laten wegrijden.

Foto top: Visrokerij op Bornholm, Denemarken.

Dit zegt Visit Danmark over Bornholm:

Bornholm is een eiland in de Oostzee, even ten westen van de Ertholmene, de meest oostelijke Deense eilanden. Bornholm ligt voor de kust van Zweden en Polen en heeft vele zonuren per dag. Je vindt op Bornholm een buitengewoon, puur licht dat vele kunstenaars naar het eiland trekt. Bornholm vertegenwoordigt het Deense landschap in een notendop; het eiland is heuvelachtig, groen en vruchtbaar met velden en grote bossen. Het is het enige stukje Denemarken met een hoge, steile kustlijn. Bornholm beschikt ook over een aantal prachtig witte stranden zoals Dueodde, met fijn zand, duinen en dennenbomen.

Dit zegt Buro ScanBrit over Bornholm:

Ten zuiden van Zweden ligt het eiland Bornholm, wat zeer geliefd is onder de Denen. Bornholm is qua landschap Denemarken in het klein: het eiland is heuvelachtig, met bossen en velden, een steile kustlijn, maar ook fijne witte zandstranden. Karakteristiek is het rotsachtige landschap. Bezoek de hoofdstad van het eiland, Rønne, of ga naar de ruïne Hammershus. Ook bijzonder zijn de witte ronde kerken op het eiland. Bornholm is bij uitstek zeer geschikt voor fietsers. Met 235 km aan fietspaden kunt u het hele eiland zien. Bij de lokale VVV zijn verschillende fietsroutes verkrijgbaar. Fiets bijvoorbeeld over de oude spoorwegen het hele eiland rond.

JOHAN VAN GRINSVEN


Onderwijzer, journalist, winnaar twee persprijzen, auteur van diverse non-fictieboeken, ontwerper websites, mede-oprichter Uitgeverij Baard & Kale.

Stacks Image p20900_n5

MOTTO


Your easing reading
is damned hard writing

Nathaniel Hawthorne