Johan van Grinsven

Journalist, auteur, uitgever, webontwerper

I CORSICA

Frankrijk

"Zelfs een Fransman wordt hier als buitenlander beschouwd." SYLVIA BEUMER - INWOONSTER

RUIGE NATUUR EN STUGGE MENSEN OP CONTRASTRIJK FRANS EILAND

Corsica koestert eigen identiteit

Het valt waarschijnlijk niet meteen op, maar de verkeersborden op Corsica vertellen een verhaal. De meeste bevatten gaten, kleine ronde of vingerdikke gaten, alsof ze beschoten zijn. En dat zijn ze ook.
Corsica is in veel opzichten een verrassend eiland. De natuur is er ruig, de mensen stug. Tradities worden er in ere gehouden. Napoléon Bonaparte is de Verloren Zoon van Eer. En Corsica voelt zich vooral géén Frankrijk.

Er staan zeven mannen voor het altaar van de bescheiden kerk van Sartène in het zuiden van het Franse eiland Corsica. Eén kale, dirigerende zanger en zes zwartharige medezangers in zwarte broeken en zwarte halflange leren jassen, de meesten met stoppels op hun kaken. Hun trekken ontberen devotie en het vermaledijde vooroordeel komt te gemakkelijk: ze ogen als figuranten in Francis Ford Coppola's filmische maffia­epos The Godfather.

Maar dit is Corsica en niet Sicilië en het is nog vroeg in de avond als de schaarse verlichting van de kerk op een dozijn mannen en vrouwen valt. Zij zitten op kaarsrechte kerkstoelen en luisteren ademloos terwijl de mannen repeteren. Ze zingen eeuwenoude kerkelijke en volkse liederen. De ontroering over de zuiverheid en de eenvoud van de broze liederen is zoveel echter dan, bijvoorbeeld, bij het aanhoren van de veelbejubelde Wiener Sängerknaben.
Hier slaan zeven mannen, jonge mannen nog en toch al diepgeworteld in hun geboortegrond, een brug tussen verleden en heden. Met hun soms eeuwenoude, wonderschone gezangen leggen zij de ziel bloot van Corsica. Of ze nu God loven of het lied zingen van de bakker die dagelijks het brood bakt, ze verhalen boven alles van hun trots Corsicaan te zijn.
Ze behoren tot de lokale, maar internationaal bekende 'L'ecole de chant' van Sartène, die onder leiding staat van directeur, dirigent en zanger Jean­-Paul Poletti. De uitverkoren leden van de school treden vele malen per jaar op in Corsica en ver daarbuiten.

Invasies
Het Franse eiland, dat ongeveer 250.000 zielen telt, ligt twaalf kilometer boven Sardinië. Het meest bergachtige eiland in de Middellandse Zee ligt ook dichter bij Italië (83 kilometer) dan bij het Franse vasteland, dat 170 kilometer ver weg is. De uitersten van het eiland liggen in de lengte 183 kilometer uiteen en in de breedte 83 kilometer. Vanwege het strategische belang werd Corsica vele malen overmeesterd, door Iberiërs, Etrusken, Romeinen, Saracenen, Aragonezen en Genuezen. Die invasies en overheersingen lieten natuurlijk hun sporen na, dat is nog altijd te zien aan bijvoorbeeld oude vestingen, citadels, de vele uitkijktorens langs de 1.047 kilometer kustlijn en de architectuur op het eiland.

Ajaccio
Corsica heeft allerhande bezienswaardigheden, zonder dit aantal meteen te overdrijven. Neem bijvoorbeeld de hoofdstad van het eiland: Ajaccio. Twee drukke winkelstraten, enkele musea, een paar pleinen, een oude en een nieuwe haven. Alles is op mensenmaat, ook het inwoneraantal van de stad: 65.000 mensen.
Die er alles aan doen om Ajaccio grootsteedse allure te geven: files kruipen door de belangrijkste straten, automobilisten parkeren schots en scheef en dubbel of driedubbel als het nodig is. En dat is het al gauw. Ajaccio is de grote stad voor veel Corsicanen, zoals Parijs dat is voor het Franse vasteland. Maar voor elke buitenstaander is Ajaccio niet veel meer dan een plattelandsstadje.

Napoléon
Als ergens met verve de connectie met Napoléon Bonaparte breed uitgemeten wordt, dan is het hier. Krijgshaftige standbeelden bij de vleet, zijn geboortehuis is er te vinden, een aan hem gewijde zaal in het stadhuis (waar onder meer zijn dodenmasker te vinden is), het houdt niet op. Hij wou hier, in zijn geboortegrond, begraven worden, zo leert een tekst in de kathedraal van de stad. Dezelfde kathedraal waar Napoléon als tweejarige werd gedoopt.
Hoewel hij in de stad alom aanwezig is, hoor je al snel ook een ander geluid over de Verloren Zoon van Eer: 'Napoleon vertrok hier als 7-jarige en nadien heeft hij niets meer betekend voor Corsica'. Extra onverteerbaar dit 'verraad' omdat de Corsicanen juist zo hechten aan de clan­-gedachte.

Bastia
Na de keizerlijke stad Ajaccio is Bastia de tweede stad van het altijd groene eiland. Johnny Rep voetbalde er ooit en met succes. Wat biedt Corsica nog meer? Drukbezochte kustplaatsen als Calvi in het noorden en Bonifacio in het zuiden. De universiteitsstad Corte in het hart van het eiland, authentiek en door de studentenbevolking toch ook springlevend.
En er zijn stranden, fotogenieke vissersplaatsjes, grillige rotsformaties, een nooit eentonig landschap, bochtige bergweggetjes en een weelderige natuur die geschapen lijkt te zijn voor wandelaars of fietsers van een taai slag. De bergen, de bossen en zeker ook de maquis, het dichte struikgewas, geven Corsica haar ruige uiterlijk waar haar bevolking zo goed bij past.
En dan zijn er nog de kleine bergdorpen. Een romanticus zegt daar al gauw over dat de tijd er stil lijkt te staan. Bejaarde mannen op een muurtje, of aan de toog van een dorpscafeetje. Wat ze doen? 'Kijken naar het ouder worden van de stenen', zeggen ze op Corsica.

Verrassingen
Maar die bezienswaardigheden zijn maar een deel van wat het Franse eiland te bieden heeft. Want wat zeggen ze over hart en ziel van een samenleving? Wie Corsica wil doorgronden, stuit op vele verrassingen.
Dat heeft de 37­-jarige Sylvia Beumer uit Heerlen wel ervaren. Zij woont sinds 1984 op Corsica; met man en - sinds enkele jaren - met twee kinderen. ,,Bijna iedereen heeft hier een televisie, dus de hele wereld komt aan huis. Maar evengoed ben ik in plaatsjes geweest in het binnenland, gehuchten met een hoog- en een laaggelegen deel, waar mensen wonen van rond de zestig die nog nooit buiten hun eigen territorium geweest zijn. Nog niet eens van boven-­ naar het benedendorp gegaan zijn. Net zoals er genoeg jongere mensen zijn, dertigers en veertigers, die nog nooit van het eiland afgeweest zijn. Dat is niet alleen een centenkwestie, ze hebben er ook geen behoefte aan.”

Toerisme en sociale dienst
Corsica is erg op zichzelf, naar binnen gekeerd. ,,Zelfs een Fransman wordt hier als buitenlander beschouwd”, vertelt Beumer. Dat ze op een eiland wonen waar de welvaart niet echt wil doorbreken, draagt nog altijd bij aan het gevoel van af­- en uitzondering dat veel Corsicanen hebben. De bevolking leeft er vooral van het toerisme en van de sociale dienst. Er is wat landbouw en een beetje industrie. Maar te weinig.
Het gaat slecht met de lokale economie; de Franse regering presenteerde onlangs dan ook plannen om van het eiland een belastingvrije zone te maken.

Kogelgaten
Het valt waarschijnlijk niet meteen op, maar de verkeersborden op Corsica vertellen een verhaal. De meeste bevatten gaten, kleine ronde of vingerdikke gaten, alsof ze beschoten zijn. En dat zijn ze ook. Sylvia Beumer: ,,Iedere Corsicaan heeft een wapen. Zoals in Nederland met oudjaar vuurwerk afgeschoten wordt, zo knallen ze er hier met hun geweren op los”.
Maar het is maar een deel van het verhaal. Want de verkeersborden, dat is ook de Franse staat. En de Franse staat, dat is een geliefd doelwit hier.
Een buitenstaander als zij, kan zich op Corsica maar beter niet met politiek bemoeien, vindt Beumer. Niet omdat het katholieke Corsica een uitgesproken macho­-cultuur kent, maar omdat het op politiek vlak licht­ ontvlambaar is. Bomaanslagen, moordpartijen, ieder jaar weer ('maar nooit gericht tegen toeristen', haast iedereen zich te zeggen). Drie onafhankelijkheidsbewegingen stoken steeds weer het vuur op.

Afhankelijk
Toch kunnen deze 'patriotten' de rede op het eiland niet overschreeuwen. Neem pater Verplancke, een beminnelijke witte pater uit Brugge die al 26 jaar medepastoor is van de kathedraal van Ajaccio. Ook hij vindt het streven naar onafhankelijkheid irreëel. ,,Corsica is financieel volkomen afhankelijk van Frankrijk.” Sylvia Beumer heeft nog een andere opvatting: ,,Onder het mom van de onafhankelijkheidsstrijd gebeuren de gekste dingen. Dat het belastingkantoor werd opgeblazen en het de overheid lange tijd kostte om alle gegevens weer op orde te krijgen, kwam heel wat mensen heel goed uit. Als ze hier de Franse overheid een poot uit kunnen draaien, doen ze dat met liefde en plezier”.

I  Gepubliceerd in oa Eindhovens Dagblad, 1995 en De Gelderlander, 1996

               

I BONIFACIO

Corsica, Frankrijk

CORSICA EN DE BEZIENSWAARDIGE GRAFCULTUUR

Necropolis in Bonifacio

Mogelijk is het een wat morbide invulling van een vakantiedag, maar kerkhoven kunnen aantrekkelijke attracties zijn. Zeker op het Franse eiland Corsica, waar knekelvelden omgetoverd zijn tot ware dodenstadjes.

Bonifacio is de zuidelijkste stad van het Franse eiland Corsica. De plaats wordt drukbezocht door toeristen die zich in het zweet wandelen over de steile Montée Rastello en de Montée Saint Roch die leiden van de haven naar de oude stad. Ze bekijken de citadel en dwalen binnen de massieve oude stadsmuren rond in smalle steegjes, langs eeuwenoude patriciërshuizen die soms vervallen maar vaak ook gloedvol oud zijn. En ze kijken over de veelkleurige zee richting Sardinië, slechts twaalf kilometer verder naar het zuiden gelegen.

En bijna allemaal varen ze een stuk de zee op om vanaf een boot in grotten rond te kunnen kijken of een overweldigende blik vanaf de zee te kunnen werpen op de huizen van de oude stad en de stadsmuren. Die lijken één geheel te zijn met de krijtrotsen die 65 meter hoog en kaarsrecht uit de zee omhoog steken. De gebouwen staan zo dicht bij de rotsrand dat het lijkt alsof ze elk moment in het water kunnen kapseizen. Uit die krijtrotsen zijn 197 treden gehouwen; de trap leidt van de waterspiegel naar de bovenstad. De legende dicteert dat deze trap in één nacht is uitgehouwen door soldaten uit de bezettingsmacht van de koning van Aragon.

Nationaal monument
Bonifacio is, eenmaal op Corsica, een omweg meer dan waard. Oók vanwege alle genoemde bezienswaardigheden, die hebben er voor gezorgd dat de Franse overheid de plaats heeft bestempeld tot 'nationaal monument'. Maar wie zich tot dit aanbod beperkt, mist één van de meest verrassende plekken van de stad. Het mag dan een wat morbide attractie zijn en niet iedereen loopt even gemakkelijk een kerkhof op, maar het cimteriu van Bonifacio is bijzonder.
Het ligt in de staart van de stad, naast de Heilige Franciscus­-kerk, op een rotsplateau boven de zee. De locatie biedt een fraai zicht op onder meer de beschutte haven en de oude stad. Toch is het niet dit uitzicht dat alle blikken monopoliseert. Een imposante marmeren zuilenpoort vormt de toegang tot het knekelveld. Maar die aanduiding kan niet verder bezijden de waarheid zijn. De begraafplaats is een waar necropolis, een stad voor de doden.
Het is een stad met pleintjes en dicht opeengepakte huisjes, die samen weer smalle straatjes vormen. De kleine mausoleums zijn haast pittoresk te noemen, innemende architecturale hoogstandjes, zij het in zakformaat. Een trapgeveltje hier, een klokgevel daar, veel marmer en stucwerk. Vaak lijken het kapelletjes, soms met de stiekeme allure van een heuse kathedraal.
En het kerkhof van Bonifacio is geen uitzondering op Corsica. Overal op het eiland - waar katholicisme en bijgeloof even sterk beleden worden - zijn deze fascinerende dodensteden te vinden.

Gordijnen
Een bezoeker dwaalt er moeiteloos geruime tijd rond. In de huisjes - die soms op heuse villa's lijken - een muur met nissen, waarin een dode bijgezet kan worden. Als dat is gebeurd, dan wordt die nis afgesloten met een grafplaat. Veel marmeren herdenkingsplaten binnen en ook foto's van de overledenen, heiligenbeelden, zware koperen kandelaars, soms knielbankjes en bloemen in tere porseleinen vaasjes. Op de top van de gevel vaak een kruis en in enkele gevallen hangen er zelfs gordijnen voor de ramen.
Hier op het kerkhof van Bonifacio is ook duidelijk dat het eiland lang onder Italiaanse invloed heeft gestaan. De namen van de doden illustreren dat: Mastroni, Scotto en Gazano.
Het zal niemand verrassen: hoe groter, bewerkter, rijker gedecoreerd het grafmonument, hoe groter de status van de betrokken familie. Het kerkhof als spiegel van de samenleving, een stenen archief van de stad die ernaast ligt. Maar niet in alle gevallen klopt dat spiegelbeeld, want ook veel minder welgestelde families ontzegden zich veel om maar met enige praal begraven te kunnen liggen.
Een graf is een prestigekwestie op het eiland. Maar dat niet alleen. Naast de functie als statussymbool dienden de grafhuizen een ander doel: vroeger werd gedacht dat de overgang van het aardse leven naar het hemelrijk op deze wijze gemakkelijker zou verlopen. Anderen beweren dat imbuscata een rol speelt ofwel het kwaad dat de doden over de levenden kunnen afroepen. Vandaar dat de ontzielden met deze luxe behuizingen mild gestemd werden. Maar Corsicanen zeggen ook over zichzelf dat ze van legendes houden, een goed verhaal hoeft niet waar te zijn.

Armenbuurt
Zeker, ergens achterin het kerkhof van Bonifacio zijn ook nog doodgewone graven te vinden. Graven met alleen een houten of ijzeren kruis of een sobere grafsteen. De zeebries is voel-­ en hoorbaar in de armenbuurt van dit necropolis, de wind waait een murmelend gebed langs de ijzeren kruizen.
De grafcultuur op Corsica is in meerdere opzichten verrassend. Een bezoeker komt deze kleine knekelhuizen namelijk overal op het eiland tegen. In een weiland, langs een bergweg, naast een kruispunt van wegen of helemaal verlaten midden in de maquis, het geurige, dichte struikgewas dat een kwart van Corsica bedekt. Deze schijnbare anarchie in doodgraversland komt omdat Napoleon Bonaparte de Corsicanen het recht gaf om in eigen grond begraven te worden. Andere instanties betwisten die uitleg. Hun verklaring: heel vroeger werd het oogluikend toegestaan, daarna werd het bijna een gewoonterecht. Wat wel zeker is: velen hebben er gebruik van gemaakt. Ze zien er niet allemaal uit als huizen of duplicaatkerkjes; niemand hoeft verrast te zijn als een vissersfamilie in een graf in de vorm van een boot wordt bijgezet.
De Corsicaanse kerkhoven bieden - net als overal ter wereld - nog een andere attractie en dat is stilte.

I  Gepubliceerd in oa De Stem, Brabants Dagblad, 1996

               

REISCOLUMN

Kerkhoven

Een kerkhof is net als een ziekenhuis: je moet er zo lang mogelijk vandaan blijven. Misschien is het bijgeloof of ordinaire bangigheid, maar een uitje in eigen land leidt nooit naar een begraafplaats. Hier mijd ik kerkhoven als de pest. Maar vreemd genoeg gaat er van een begraafplaats in het buitenland een onweerstaanbare lokroep uit. Geen reis gaat voorbij zonder een bezoek aan een of meer laatste rustplaatsen. Dat is geen morbide fascinatie voor de dood. Het maakt ook niet uit voor welke gezindte een dodenakker is. Hoewel het meegenomen is als het om een geloofsrichting gaat waaraan enige pronkzucht niet vreemd is.
Een kerkhof vertelt een verhaal, tenminste voor wie het horen wil. Een begraafplaats behoort tot het weerbarstigste cultuurbezit in een samenleving en daardoor aanschouw je er hoe mensen door de eeuwen heen met hun doden omgaan.
Het kerkhof als spiegel van de samenleving, een stenen archief van de stad die ernaast ligt. Natuurlijk ga je niet alleen naar een kerkhof om er wijzer van te worden. Hoe pronkzuchtiger en excentrieker een kerkhof is, hoe groter het genieten. Alsof je een denkbeeldige aflevering van 'Tussen grafkunst en -kitsch' binnenwandelt. Pompeuze pracht en praal naast ingetogen herinneringen. Zelfs in de dood is niemand gelijk.
Een kerkhof bezoeken, dat is ook deelgenoot worden van versteend verdriet. Tranen zijn er tastbaar. Telkens weer maakt zich een even diepe als vluchtige ontroering van je meester als je de ontijdige dood van een kind afleest van een simpel kruis, zelfs als dat finale afscheid al meer dan honderd jaar geleden plaats had.
Om al die redenen is een begraafplaats zo fascinerend. En om nog een: op weinig andere plekken gaan schoonheid en verval zo eendrachtig hand in hand. Vergane glorie is altijd fraai, maar op een kerkhof geldt dat dubbel.
Een kerkhof hóórt een wat verkommerde plek te zijn. waar je sombere gedachten kunt koesteren. En dan het liefst onder bomen met ruisend bladerdak, lopend over wandelpaden van kleine kiezelsteentjes die knerpen onder je voeten. Kommer en lommer, inderdaad.
Het lijkt wel magie, maar wie een begraafplaats oploopt, stapt bijna overal in een oase van rust. Zelfs in een drukke wereldstad als Parijs. Loop het fameuze Père-Lachaise op - de laatste halte voor mensen als Maria Callas, Chopin, Molière, Edith Piaf en Jim Morrison van The Doors - en het rumoer van de grote stad is ineens mijlenver weg. Het comfort van de zelfgezochte eenzaamheid doet vervolgens de rest: als geen andere plek is een kerkhof voor de vakantiemens de uitgelezen plek om al zijn reisindrukken te verteren.
Die fascinatie voor knekelvelden is geen strikt persoonlijke afwijking. Uitgeverij Elinar oordeelde dat er genoeg graftoeristen zijn om een serie gidsen over beroemde kerkhoven te rechtvaardigen. Het eerste deel gaat over Père-Lachaise en enkele andere Parijse kerkhoven. Het volgende deel, over Londense kerkhoven, verschijnt dit najaar. Zes reisgidsen moet deze serie gaan tellen.
Omdat er in Nederland over alles waar meer dan twee mensen interesse in hebben een tijdschrift wordt gemaakt, is er ook een tijdschrift over de Dood. Ook in dat bijzondere blad regelmatig bijdragen over aantrekkelijke kerkhoven. Het tijdschrift draagt de vanzelfsprekende titel: Doodgewoon. En dat is het bezoeken van een kerkhof blijkbaar ook.

I  Gepubliceerd in oa Brabants Dagblad, 1998

Corsica voor individuele vakantiegangers

Van de ongeveer 600.000 buitenlandse bezoekers die jaarlijks op Corsica komen, vormen Italianen de hoofdmoot. De Benelux bleef in 1995 volgens Corsicaanse tellingen steken op ongeveer 30.000 toeristen. En juist dat bescheiden aantal maakt Corsica weer een begeerde bestemming, aldus productmanager T. Nagel van de Nederlandse reisorganisatie Arke.
Deze heeft het oog dit jaar laten vallen op Corsica en pakt het meteen ambitieus aan: met een apart Corsica-­programma. En dat terwijl er weinig andere Nederlandse reisorganisaties zijn die het eiland in de reisbrochures hebben opgenomen. Nagel: 'Je zoekt steeds iets nieuws. Wij denken dat er een markt is voor Corsica. Voor individueel ingestelde reizigers, bijvoorbeeld mensen die er nmet een auto op uit willen trekken.' De reisorganisatie verwacht komend seizoen zo'n 2.500 Corsica­gangers te boeken.
Corsica biedt mogelijkheden voor actieve vakanties, strandvakanties en rondreizen. Het accommodatieaanbod varieert, van campings (ongeveer 175) tot meersterren­hotels. Het eiland ligt op zo'n twee uur vliegen van Amsterdam.
Corsica is in de brochures van een handvol Nederlandse reisorganisaties te vinden: Arke is de meest ambitieuze. Hiervoor verzorgt Transavia van 28 april tot eind september de chartervluchten. Andere bekende aanbieders zijn Island World (RentaCasa) en Frantour. Air Holland combineert chartervluchten op Corsica met Sardinië.
Deze maand is een hogesnelheidsveerboot in de vaart genomen die de overtocht met het Franse en Italiaanse vasteland in tijd gehalveerd heeft. Een prijsvoorbeeld: een verzorgde vliegreis met appartement begint bij 675 gulden per persoon (Arke). In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat Corsica ter plekke geen goedkope vakantiebestemming is.
Informatie over Corsica: Maison de la France, Prinsengracht 670, 1017 KX Amsterdam.

               

MIJN MOTTO

Your easy reading is damned hard writing

Nathaniel Hawthorne

RECHTEN

© Teksten: Johan van Grinsven
© Ontwerp: 013 Media

Het auteursrecht van informatie en beeldmateriaal op deze website berust bij de genoemde fotografen of bij Johan van Grinsven. Dit geldt eveneens voor andere illustraties, logo's en dergelijke. Het is niet toegestaan zonder toestemming van Johan van Grinsven (of de andere belanghebbenden) informatie en beelden van deze website te kopiëren, op enigerlei wijze openbaar te maken, te gebruiken, te vermenigvuldigen en/of te bewerken. 

RECHTEN FOTO'S

© Foto's: Luuk Aarts, Marc Bolsius, Johan van Grinsven, Frank Trommelen, Frans van Halder, Toine van Berkel, Hetty Meijer, Jon Loek/Team Peter Stigter, Joske en Jip ten Bosch, Kuido Merits, Lara van Grinsven, Lauran Wijffels, Marie-Thérèse Kierkels, Rik Goverde, Robert de Vries, Virginy Joosen, Wieke Hoeke, Persburo Van Eijndhoven/Beeld Werkt, Jack Aarts, Luis Terrazza, AImée de Jongh (illustratie), Toronto Tourism, Fred van Laarhoven, Hans van Alebeek, Thomas Segers, Edwin Diependaal, Henry Kisor, Jean-Luc Rohner, Fotoburo Dijkstra.

FOTO'S VIA UNSPLASH

© Ricardo Alfaro, Robert V. Ruggiero, Wei Zeng, Daniel Reyes, Jonathan Mast, Aaron Burden, Eli Armas, Max Templeton, Wim Bollen, Paul Teysen, Dennis Buchner, Hayo Roskam, Sies Kranen, Malcolm Lightbody, Gio Mikava, Vlado Sestan, Joel Rohland.